Wij vroegen burgemeester Verhulst om schriftelijk herstel op drie kernpunten, naar aanleiding van zijn diskwalificerende uitlatingen over onze redactie op 27 november 2025. In het verlengde daarvan hebben wij twee aanvullende punten aangekaart. Op 9 juli 2026 ontvingen wij zijn schriftelijke reactie. Hieronder leggen we naast elkaar wat we vroegen, wat Verhulst schreef en hoe wij dat wegen.
Van de redactie
De excuusbrief van Verhulst
1. Excuses voor 27 november 2025 (kernpunt)
- Wat we vroegen: Volmondig afstand nemen van zijn uitlatingen op 27 november 2025, en daarvoor excuses maken.
- Wat Verhulst in de brief schreef: “Ik had dat niet moeten doen en bij dezen nogmaals excuses daarvoor.”
- Onze weging: Dit specifieke onderdeel is helder geformuleerd en beschouwen wij als afgehandeld.
2. Erkenning van het principe (kernpunt)
- Wat we vroegen: Erkennen dat het niet aan een burgemeester is om media in zijn gemeente te diskwalificeren of verdacht te maken.
- Wat Verhulst in de brief schreef: Niets. De burgemeester gaat in zijn brief niet in op dit principiële punt.
- Onze weging: Dit punt is niet erkend. Wij hebben hem gevraagd dit alsnog recht te zetten.
3. De persboycot (kernpunt)
- Wat we vroegen: Het opheffen van de persboycot jegens de Edese Vos door de burgemeester (en voor zover van toepassing het college), zodat bestuurders onze journalisten te woord staan, zoals ook andere media te woord worden gestaan.
- Wat Verhulst in de brief schreef: “In onze beleving is er nooit sprake geweest van een dergelijke boycot. Zo ontvangen jullie altijd een uitnodiging voor ons wekelijkse persgesprek en krijgen jullie ook al onze persberichten.” Als toezegging formuleert hij dat “wanneer mogelijk en uitvoerbaar op vragen en verzoeken gereageerd wordt.”
- Onze weging: De burgemeester maakt de boycot hier groter dan onze feitelijke klacht, om die vervolgens te ontkennen. De redactie heeft nooit gesteld dat de algemene perscommunicatie vanuit het gemeentehuis stilligt; dat is in het gesprek met de burgemeester op 1 juli 2026 ook expliciet duidelijk gemaakt en uitgelegd.
Waar het wél om gaat, is het gegeven dat de burgemeester al bijna vier jaar lang elk gesprek met onze redactie weigert, dat wethouders interviews afwijzen en dat specifieke vragen die klaarblijkelijk als (te) kritisch worden ervaren – zoals recent elf vragen over EdeNieuws – onbeantwoord blijven. Dat is een bewuste keuze en dús een boycot op de kritische journalistieke controle.
De toezegging om voortaan te reageren “wanneer mogelijk en uitvoerbaar” laat ruimte om ook in de toekomst verzoeken onbeantwoord te laten. Een dergelijke voorwaardelijke toezegging is voor de redactie niet voldoende.
4. De brief van 23 december (aanvullend punt)
- Wat we vroegen: De toezegging dat de brief van Verhulst van 23 december 2025 – met naar onze mening smadelijke beschuldigingen – niet integraal openbaar wordt gemaakt, omdat het een feitelijke voortzetting is van de verdachtmakingen jegens ons medium.
- Wat Verhulst in de brief schreef: “In het licht van ons goede gesprek en het kijken naar de toekomst komen wij, voorzover wij dat kunnen, aan dit verzoek tegemoet.”
- Onze weging: De redactie acht het niet openbaar maken van ongefundeerde beschuldigingen geen gunst, maar onderdeel van zorgvuldig bestuur. Op 10 juli 2026 liet de jurist van de gemeente ons weten dat de burgemeester afziet van de procedure tot openbaarmaking van zijn brief. Dat achten wij verstandig, omdat daarmee een juridische procedure is voorkomen.
5. EdeNieuws en de Woo-verzoeken (aanvullend punt)
- Wat we vroegen: Beëindiging van de achterstelling in EdeNieuws, het interne mediaoverzicht van de afdeling communicatie waarin berichtgeving over de gemeente wordt gevolgd en samengevat, en openheid over de interne gemeentelijke communicatie over onze redactie (drie lopende Woo-verzoeken).
- Wat Verhulst in de brief schreef: “Wij stellen voor [deze punten] buiten deze brief te behandelen.”
- Onze weging: Door deze zaken buiten de brief te plaatsen, verstrekt de gemeente de gevraagde informatie niet uit eigen beweging. De redactie blijft daardoor aangewezen op de lopende Woo- en bezwaarprocedures. De komende periode zal moeten blijken of de gemeente alsnog volledige openheid geeft. Blijft die openheid uit, dan doet dat af aan de geloofwaardigheid van de aangeboden excuses.
De balans van de brief
Van de drie kernpunten is één punt afgehandeld, blijft één principiële kwestie onbeantwoord en is één toezegging voorzien van een voorbehoud. Van de twee aanvullende punten is aan één verzoek voldaan; het andere is buiten deze brief gehouden.
Wij hadden Verhulst in het gesprek met hem en concerndirecteur Bas Mulder expliciet gevraagd om een herstelbrief met het briefhoofd van de gemeente Ede, zodat de officiële status daarvan duidelijk zou zijn. Aan dat verzoek is hij niet tegemoetgekomen. De brief is weliswaar geadresseerd aan “de redactie van de Edese Vos”, maar begint met de persoonlijke aanhef “Beste Marc en Ria” en is verder informeel van toon. Daarmee blijft het een persoonlijke brief, terwijl het herstel betrekking heeft op de relatie tussen de burgemeester en een onafhankelijke nieuwsredactie.
Op basis van de vijf besproken punten concludeert de redactie dat sprake is van een gedeeltelijk, maar niet volledig herstel.
Beantwoording in de gemeenteraad
Tijdens het vragenuurtje in de gemeenteraad, enkele uren na het versturen van de brief, herhaalde Verhulst zijn excuses vrijwel woordelijk. Daarnaast bracht hij in de raadszaal een aantal opmerkingen in, die we hieronder wegen:
1. Het standpunt over de NVJ-brief
- Wat Verhulst zei: Het college “herkent de brief [van de NVJ] breed niet.” Daarbij verwees de burgemeester ook naar andere lokale media die zich volgens hem niet in het geschetste beeld zouden herkennen.
- Onze weging: De NVJ heeft haar kritiek in de betreffende brief expliciet afgebakend tot de houding van het gemeentebestuur en in het bijzonder de burgemeester ten opzichte van de Edese Vos. Door te stellen dat het college de brief “breed niet herkent”, geeft de burgemeester de kritiek een ruimere strekking dan de vakbond zelf heeft geformuleerd. Daarbij blijft onbesproken dat meerdere collegeleden – burgemeester Verhulst, gevolgd door de toenmalige wethouders Leon Meijer en Karin Bijl en huidig wethouder Jan-Pieter van der Schans – interviews met onze redactie hebben geweigerd, terwijl zij andere media wel te woord stonden.
2. Het standpunt over niet-genoemde media
- Wat Verhulst zei: Andere lokale media zouden bij hem hebben aangegeven zich niet te herkennen in het geschetste beeld van de Edese persvrijheid.
- Onze weging: Omdat de burgemeester geen namen noemt, is deze stelling niet onafhankelijk te verifiëren. Dat andere media deze bestuurlijke weerstand niet ervaren, is niet los te zien van het feit dat deEdese Vos als enige lokale medium structureel kritische beleidsvragen stelt en onderzoeksjournalistiek over het gemeentebestuur bedrijft. Door de kwestie zo te verbreden, bagatelliseert hij de concrete ervaringen die aanleiding waren voor de kritiek van de NVJ.
3. Het standpunt over wederhoor
- Wat Verhulst zei: Hij verklaarde dat hij had nagegaan of de NVJ voorafgaand aan de brief wederhoor had toegepast.
- Onze weging: Opvallend is dat de burgemeester uit eigen beweging het onderwerp wederhoor ter sprake bracht, terwijl de raad daar niet naar vroeg. Daardoor verschoof de aandacht van de inhoudelijke kritiek op zijn eigen handelen naar de werkwijze van de NVJ. Tijdens het gesprek van de NVJ met tien Edese fractievoorzitters, waarbij ook twee redactieleden van de Edese Vos aanwezig waren, verklaarde Thomas Bruning dat de bond voorafgaand aan de brief contact had opgenomen met de gemeente Ede en had aangeboden het dossier waar nodig aan te vullen. Van dat aanbod is geen gebruikgemaakt. Het gesprek is opgenomen. De burgemeester kon dus desgewenst kennisnemen van deze toelichting. De bond beschikte bovendien over het volledige dossier, inclusief de e-mails en brieven waarin de burgemeester zijn standpunt al had vastgelegd. Daarmee verliest zijn verwijzing naar wederhoor haar relevantie.
Daar komt bij dat de burgemeester deze procedurele zorgvuldigheid zelf nooit heeft toegepast richting de Edese Vos:
– geen wederhoor voorafgaand aan de inzet van een advocaat;
– geen wederhoor voorafgaand aan het contact met het Openbaar Ministerie over een mogelijke aangifte;
– geen wederhoor na de publieke uitlatingen in de Emmaüskerk.
4. Het standpunt over de ‘wederzijdse constatering’
- Wat Verhulst zei: Hij noemde het gesprek met onze redactie een moment waarop beide partijen, “onwetend van elkaar,” tot de constatering kwamen dat de Edese Vos gelijkwaardig behandeld zou moeten worden.
- Onze weging: Deze weergave strookt niet met de feiten. Dit was door ons al op 8 december 2025 schriftelijk als expliciete eis aan hem kenbaar gemaakt. De burgemeester had dus ruim een half jaar nodig om tot hetzelfde inzicht te komen.
5. Het standpunt over de ‘reguliere ambtelijke lijn’
- Wat Verhulst zei: Over de vastgelopen dossiers beloofde hij te “proberen die zo goed mogelijk af te doen” via de reguliere ambtelijke lijn.
- Onze weging: Of deze toezegging daadwerkelijk tot meer openheid leidt, zal de komende maanden moeten blijken. Blijft dit uit, dan zullen wij bezien welke vervolgstappen nodig zijn.
6. Timing en ‘het hoofdstuk sluiten’
- Wat Verhulst zei: “Wat mij betreft sluiten we het hoofdstuk en kijken we vooral vooruit.” Hij stelde een vervolgafspraak voor in september.
- Onze weging: De redactie ontving de brief van Verhulst pas om 17:05 uur, vlak voor het vragenuurtje van 19:00 uur waarin de burgemeester de vragen van PRO en D66 beantwoordde. Dat maakte het voorbarig om direct de conclusie te trekken dat het hoofdstuk compleet kon worden gesloten. De bespreking bleef grotendeels beperkt tot het incident van 27 november 2025, zonder wezenlijk in te gaan op de onderliggende oorzaken van de bestuurlijke houding tegenover de Edese Vos. Zolang daarop niet wordt gereflecteerd, blijft het risico op herhaling bestaan. Een vervolgafspraak in september is daarom noodzakelijk.
Conclusie
De excuses voor de uitlatingen van 27 november 2025 zijn helder. Op de overige punten blijft de reactie van de burgemeester onvolledig. Geen enkel raadslid vroeg door naar de onderliggende, structurele patronen: waarom een kritisch medium in Ede herhaaldelijk met deze bestuurlijke houding te maken heeft gehad.
Voor de Edese Vos is de kwestie dan ook niet afgedaan. De principiële vraag hoe een burgemeester zich behoort te verhouden tot een onafhankelijk en kritisch nieuwsmedium is zowel in de brief van de burgemeester als tijdens de raadsbehandeling onbeantwoord gebleven. Na het zomerreces komen wij daarop terug. De praktijk zal moeten uitwijzen of de aangekondigde verbetering ook daadwerkelijk zichtbaar wordt.






Wat mij in de raadsbeantwoording opvalt, is dat de burgemeester twee keer een drogredenering gebruikt — een redenering die overtuigend klinkt, maar bij nader inzien niet klopt.
De eerste: hij beantwoordt een klacht die de redactie nooit heeft gemaakt. De Edese Vos zegt niet dat de gemeente geen persberichten meer stuurt. De klacht is dat de burgemeester al jaren elk gesprek met déze redactie weigert en kritische vragen laat liggen. Verhulst maakt daar iets groters van (“er is nooit een boycot geweest”) en weerlegt vervolgens die grotere versie met verwijzing naar persberichten en uitnodigingen. Maar daar ging het nooit over. Dit heet een stropopredenering: je maakt van het standpunt van de ander een makkelijker te weerleggen versie.
De tweede is belangrijker. Hij voert ongenoemde “andere media” op die zich niet in het beeld herkennen. Maar hij vraagt dat juist aan de partijen die volgens de klacht níet worden dwarsgezeten. Dat zij geen tegenwerking voelen, bewijst niets — dat is precies wat je verwacht als de tegenwerking selectief is en zich op één kritisch medium richt. Media die geen lastige vragen stellen, kunnen de reactie daarop ook niet meemaken. Een vertekende steekproef dus: je concludeert iets over het geheel op basis van de groep die het probleem per definitie niet ondervindt.
En daar zit de kern. Toegang wordt in Ede selectief verdeeld: interviews, gesprekken, wederhoor. Wie die toegang heeft, heeft iets te verliezen. De instemming van die media is dus geen neutrale waarneming, maar een oordeel van mensen die zelf baat hebben bij een goede band met de burgemeester. De burgemeester draagt met andere woorden zijn eigen ontlastende getuigen aan, en haalt ze uit precies de groep die belang heeft bij zijn welwillendheid — de media die hij wél te woord staat — terwijl hij de conclusie er zelf bij levert. Daarmee is hij tegelijk de beschuldigde partij en degene die het bewijs van zijn onschuld selecteert.
Dat botst met een oud rechtsbeginsel: nemo iudex in causa sua — niemand kan rechter zijn in zijn eigen zaak. Of, wat huiselijker: het is de slager die zijn eigen vlees keurt. Het verontrustende is niet dat dit één keer gebeurt, maar dat het steeds dezelfde vorm heeft. Zolang de raad daar niet op doorvraagt, blijft de belangrijkste vraag liggen: waarom juist het kritische medium hier structureel tegenaan loopt.
Het voelt aan als een goochelshow. Het is gemaakt, je weet dat je niet de (volledige) waarheid ziet en de show wordt de volgende keer herhaald.
Onze burgervader komt overal mee weg, zoals het lijkt. Overigens helpen de medespelers – zoals de gemeenteraad – daar ook bij mee lijkt het.
Vos, een duidelijk artikel. Hopelijk snel een positief gevolg.