De Edese coalitie van SGP, GemeenteBelangen, ChristenUnie en VVD heeft haar nieuwe bestuursakkoord ‘Groeien in balans’ gepresenteerd. De Edese Vos heeft de plannen geanalyseerd en licht de meest relevante hoofdlijnen en consequenties voor inwoners eruit.
Analyse
Wie de plannen naast de eerdere waarschuwingen van ambtenaren legt, ziet hoezeer de formatie is getekend door een gebrek aan speelruimte. De vrije financiële ruimte is beperkt, het stroomnet zit vol en de stad loopt tegen fysieke grenzen aan. De politieke invloed de komende vier jaar zit dan ook minder in grootse nieuwe plannen dan in de keuzes die partijen binnen deze beperkingen weten te maken.
Niet alles kan, dus rustig aan
De ambtelijke waarschuwing “Niet alles kan en zeker niet tegelijkertijd” lijkt een belangrijk uitgangspunt voor het nieuwe akkoord te zijn geworden. Het ‘temporiseren’ (uitstellen) van de ontwikkeling van Groot-Hoekelum en het zoekgebied A12 sluit aan bij het overdrachtsdocument. Een expliciete reden voor het pauzeren van deze specifieke gebieden geeft het akkoord niet. Wel noemt het document stikstof en netcongestie als structurele, algemene knelpunten voor de Edese groei.
Een dubbele meetlat
Omdat de speelruimte ontbreekt, staat het college voor lastige financiële ingrepen. In het akkoord worden die nog niet concreet gemaakt; de ambtelijke organisatie krijgt de opdracht om de voorstellen voor de ‘ombuigingsoperatie’ te actualiseren voor de Perspectiefnota van 2027. Tot die tijd vullen de pagina’s zich voornamelijk met de intentie om zaken te ‘onderzoeken’ en te ‘verkennen’.
Daarnaast valt in het document een bestuurlijke dubbele meetlat op. Van externe maatschappelijke partners en subsidieontvangers eist de gemeente voortaan nadrukkelijk ‘bewezen impact’ voordat er middelen worden toegekend. Voor de eigen gemeentelijke organisatie ontbreken dergelijke harde SMART-doelen echter in het akkoord. Daar stelt de coalitie dat slechts onderzocht gaat worden of de eigen interne inrichting “voldoende effectief en efficiënt is”, zonder daar vooraf meetbare consequenties aan te verbinden.
Gevolgen voor de portemonnee
In de coalitieonderhandelingen is afgesproken om de OZB niet onnodig te verhogen; dit wordt nadrukkelijk het ‘laatste middel’ genoemd. Toch gaat de Edenaar waarschijnlijk meer betalen. Het akkoord stelt namelijk vast dat de rioolheffing vanaf 2028 volledig kostendekkend gemaakt moet worden.
Ook op het gebied van mobiliteit hangt er verandering in de lucht. Het akkoord kondigt aan te streven naar een “wijkgericht parkeerbeleid, waarin regulering zorgvuldig en in samenspraak met bewoners en belanghebbenden wordt verkend”. Deze regulering wordt expliciet gekoppeld aan “nieuwbouw en verdichting”. Hoewel het akkoord de term ‘betaald parkeren’ zorgvuldig mijdt, is dergelijke ‘regulering’ in bestuurlijke codetaal vaak de opmaat naar de invoering van parkeervergunningen of betaald parkeren in de wijken rondom het centrum.
Bezuinigen en ideologische keuzes
Omdat de financiële en bestuurlijke speelruimte beperkt is, zit de politieke winst voor de coalitiepartijen vooral in de accenten die zij binnen die grenzen weten aan te brengen. Dat levert een aantal herkenbare keuzes op:
- Bezuinigen en ‘eigen kracht’ (ChristenUnie): Het ambtelijke overdrachtsdocument stelt dat de kosten en uitvoeringsdruk in het sociaal domein niet houdbaar zijn en dat ingrijpen noodzakelijk is. In het akkoord wordt de keuze om de regie te versterken en mogelijk het aantal zorgaanbieders te verminderen, direct gekoppeld aan “eigen kracht” en preventie. Daarmee geeft de ChristenUnie een noodzakelijke financiële maatregel een ideologische inkleuring die naadloos aansluit bij de focus op ‘samenredzaamheid’ uit hun verkiezingsprogramma.
- Zero Emissie Zone afgeblazen (VVD en GB): Het afblazen van de Zero Emissie Zone in het centrum wordt in het akkoord gepresenteerd als een pragmatische afweging (“veel inspanning, relatief weinig effect”). Hiermee wordt tegelijkertijd een harde verkiezingsbelofte van de VVD en GemeenteBelangen ingelost, die zich beiden fel tegen deze zone keerden.
- Vergroening zonder ingrijpen in de landbouw (CDA en SGP): Het akkoord bevat verschillende ambities voor vergroening van de leefomgeving, maar sluit gedwongen uitkoop van boeren uit. Daarmee legt de coalitie de nadruk op behoud van de landbouwsector, belangrijk voor de achterban van CDA en SGP.
- Strikte voorwaarden voor windmolens (SGP): Waar de SGP in haar verkiezingsprogramma terughoudend was over windenergie en aandrong op strenge afstandsnormen, kiest het akkoord voor een ander mechanisme. Windmolens worden planologisch mogelijk gemaakt, maar alléén onder de stevige voorwaarde van “minimaal 50% lokaal eigendom”.
Wordt de Woo beperkt?
Een opvallende passage in het akkoord gaat over de informatievoorziening. De coalitie stelt dat het toenemende aantal Woo-verzoeken (Wet open overheid) vanaf 2027 vraagt om een “herijking van de uitvoering”. De context achter deze herijking is te vinden in het onderliggende ambtelijke overdrachtsdocument. Daarin wordt door de ambtelijke organisatie gesteld dat de Woo leidt tot “spanningen in de onderlinge verhoudingen tussen inwoners, raad en college”.
Dat het uitvoeren van een transparantiewet capaciteit kost, is primair een kwestie van interne inrichting. Vanuit het landelijke Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding (ACOI) zijn al concrete werkwijzen gepresenteerd om de Woo efficiënter uit te voeren. Het is de vraag of de aangekondigde ‘herijking’ in Ede gericht zal zijn op het verbeteren van de transparantie, of op het inperken ervan.
Lokale media: intenties zonder specificatie
Tot slot belooft het akkoord expliciete steun voor lokale media, “omdat zij een belangrijke rol vervullen in onze lokale democratie”. Wat dit beleidsmatig of financieel betekent, is niet gespecificeerd in de tekst. Daarmee blijft onduidelijk of de lokale omroep de door hen bepleite structurele subsidie krijgt, of dat er wordt ingezet op een breder gelijk speelveld voor alle onafhankelijke lokale journalistiek. De Edese Vos blijft dit volgen.
Conclusie
Als we de balans opmaken, tekent zich een helder beeld af voor de komende vier jaar: het nieuwe college gaat vooral op de winkel passen. Financieel zit de gemeente klem, met een begroting waarvan nog slechts 16% direct door de politiek beïnvloedbaar is en een naderend structureel tekort vanaf 2028. Fysiek loopt de stad aan tegen de harde grenzen van stikstof en een overvol stroomnet. Opvallend is bovendien hoeveel onderwerpen worden doorgeschoven naar vervolgonderzoeken of latere besluitvorming.
Dit akkoord leest minder als een visie voor de toekomst en meer als een handleiding voor het omgaan met beperkingen. Hoewel de verkiezingen hebben geleid tot een paar nieuwe wethouders en het rechts-confessionele college bepaalde accenten anders legt, is de bestuurlijke speelruimte beperkt. Grote nieuwe vergezichten ontbreken; de realiteit dwingt dit college vooral tot het beheren van de status quo.
Het is de formatie van de onmacht.
Het volledige bestuursakkoord 2026-2030 (pdf)
Wie doet wat in het nieuwe college?
Met het vertrek van Karin Bijl (PvdA), de komst van Thimo Harmsen (VVD) en de wissel tussen Peter de Pater en Gabriëlle Hazeleger (GemeenteBelangen) zijn de portefeuilles opnieuw verdeeld. Dit is de volledige portefeuilleverdeling van het nieuwe Edese college:







Schrijf een reactie
Iedereen is welkom om te reageren. We modereren wel op basis van onze reactieregels.