Edese Vos

Peter de Pater blikt terug op acht jaar bouwen en botsen

peter de pater
Peter de Pater. Foto: Gemeente Ede.

Wethouder Peter de Pater (GemeenteBelangen) vertrekt na acht jaar uit het Edese college. In een openhartig exit-interview spreekt hij over wat hij heeft bereikt, waar het schuurde en waarom hij zijn eigen integriteit zo fel verdedigt. “Ik stop omdat ik weet wanneer het elastiek oprekt.”


Ik spreek De Pater in het gemeentehuis. Buiten is het stralend voorjaarsweer. Hij kijkt er even naar en zegt dat hij uitkijkt naar straks – als hij eindelijk weer kan klussen. Dat zegt iets over wat hem drijft. Hij is niet gemaakt voor het uitzwaaien en vergaderen. Hij is vooral een bouwman, een doener.

Na acht jaar als wethouder – verantwoordelijk voor onder meer mobiliteit, ruimtelijke ordening, toerisme en sport – verlaat hij het Edese college. Twee termijnen, bewust gekozen. Niet omdat het moest, maar omdat hij vijftig is, zin heeft in iets nieuws – en beseft dat een uitgesproken bestuurder zijn houdbaarheid kent.

Lezers van de Edese Vos konden input geven voor dit gesprek en die vragen zijn waar mogelijk meegenomen. Over de parkeergarage bij het station, de rotonde Zandlaan, de spoorwegovergang die dichtging, de ambtelijke organisatie die soms te traag werkt, en de verdenking dat een wethouder uit de bouw te nauwe banden onderhoudt met projectontwikkelaars. De Pater ontweek geen van deze vragen. Het gesprek duurde anderhalf uur.


Ede zelfverzekerder maken

De rode draad door het wethouderschap van De Pater: Ede moet geen slaapdorp zijn. Als dertiger die terugkwam uit Amsterdam vond hij Ede te rustig. Er was een diaspora van talentvolle jongeren die in Nijmegen of de Randstad gingen studeren en niet meer terugkwamen. “Er was een soort common sense – zeker bij de autochtone bevolking – van: het wordt hier nooit wat, Ede-stad is een dorp. Die discussie moet je gewoon achter je laten.”

Hij bracht de festivalagenda, de evenementenkalender, het NK Wielrennen. Niet als cliëntenpolitiek voor zijn eigen achterban in de horeca- en vrijetijdssector, benadrukt hij, maar als bouwsteen van stedelijke identiteit. Het Kuiperplein noemt hij als voorbeeld van hoe hij heeft geleerd om op ooghoogte te werken. “Er ligt een voorstel om het aantal evenementen te verruimen van zeven naar vijftien, mét bescherming van omwonenden.” Hoewel de formele procedure hiervoor nog doorlopen moet worden en er nog geen definitief besluit ligt, ziet De Pater de weg ernaartoe als een blauwdruk voor participatie.

Die aanpak werpt vruchten af, vindt hij. Ede trekt jonge gezinnen terug, mede omdat Amsterdam en Utrecht onbetaalbaar worden. De Westhal biedt nieuwe kansen voor popcultuur en stedelijke functies. “Voor elk type beurs. Variërend van Heideweek Culinair tot een festival op Landgoed Kernhem. Op zo’n dag zie je alle kleuren van de samenleving naast elkaar lopen. Daar ben ik trots op.”

“Wethouders zijn passant,” maar als hij mag kiezen hoe hij herinnerd wil worden: “Als iemand die Ede wat meer zelfvertrouwen heeft laten voelen. Dat je trots bent op waar je woont.”


Parkeergarage: “Als raadslid zitten slapen”

Niet alles gaat goed. De Pater is opvallend open over twee concrete dossiers. De parkeergarage bij het station – een steen des aanstoots voor veel Edenaren – had er in deze vorm niet moeten komen.

“Als raadslid heb ik destijds zitten slapen, want dat ding had nooit bovengronds gemogen. Als je vanaf het zuiden het landmark ziet, de ansichtkaart van Ede, dan is het niet slim. Op dat moment was het financieel een logische keuze – het heeft veel geld bespaard en het project mogelijk gemaakt. Maar achteraf zeg je: hadden we maar een paar miljoen extra gestoken in een ondergrondse variant.”

Zijn voorganger valt hij er niet op af – hij snapt waarom de keuze destijds zo is gemaakt. Maar als stad, vindt hij, moet Ede ervan leren.


Ziekenbarakken: “Dat was niet eerlijk”

Dan de historische ziekenbarakken op het kazerneterrein. De participatie liep vast: de buurt dacht in 2020 te worden betrokken bij de locatiekeuze, maar jarenlang was er nauwelijks communicatie vanuit de gemeente.

“We hebben de ontwikkelaar (BOEi) verantwoordelijk gemaakt voor het gesprek met de buurt. Dat is eigenlijk niet eerlijk. Als gemeente had je mee moeten kijken. En overigens – ik ben verantwoordelijk. Ook al is dit een initiatief van derden.”

Het college besloot de ziekenbarakken toch op de voorgenomen locatie te plaatsen, tegenover de smederij. Niet omdat het proces goed was – dat erkent De Pater – maar omdat het heropenen van de locatiediscussie het project vrijwel zeker de nekslag zou geven. Elke andere plek zou immers direct ‘besmet’ zijn en op vergelijkbare weerstand stuiten. Bovendien zouden bezwaarmakers bij de Raad van State veel meer kans maken als de gemeente haar eigen onderbouwing halverwege zou loslaten.

“Dat laatste is niet meer van deze tijd. Dat gebeurde twintig jaar geleden – gewoon op de macht. Maar je staat als college met de rug tegen de muur. De buurt heeft reden om het op het proces te gooien. Dat had ik eerder moeten communiceren.”


Integriteit: “Dit snijdt op mijn ziel”

Een gevoelige vraag in het gesprek: meerdere inwoners hebben de indruk dat projectontwikkelaars in Ede een bijzonder grote invloed hebben. Er wordt gefluisterd dat De Pater in de kroeg deals beklonken heeft. En dat hij na zijn wethouderschap mogelijk zelf projectontwikkelaar wordt en zijn netwerk daarvoor wil gebruiken.

De reactie is direct. “Dit snijdt op mijn ziel. Dit vind ik het ergste wat ze kunnen vertellen.” Hij legt zijn redenering bloot. Hij is zich bewust van zijn achtergrond in de bouw, van zijn grote netwerk, van de schijn die dat kan wekken. Hij heeft er afspraken over gemaakt met de burgemeester en hem gevraagd: blijf opletten en hou me bij de les.

“Nooit, maar dan ook nooit, heb ik iemand iets toegeschoven. Ik ga graag naar de kroeg – mijn familie en huiskamer is de kroeg. Iedereen weet dat ik er zit. Maar ik heb in die acht jaar nooit maar één ding besproken wat er niet thuishoorde.”

Over zijn toekomst is hij even helder. Hij wil tien tot twaalf uur per week consultancy doen – strategisch-planologisch advies. Maar hij legt zichzelf strikte grenzen op: nooit warme contacten bellen, en in ieder geval de komende jaren niet in Ede advies geven of een project ontwikkelen. Mocht hij dat na die periode wel gaan doen, dan gebeurt dat met een officiële melding aan het college. “Als ik een nieuwe klus zou doen in de gemeente Ede en een vergunning aan zou moeten vragen, zou ik moeten aanschuiven bij dezelfde mensen die ik altijd heb aangestuurd. Dat ga ik niet doen.”


Samenwerking met ambtenaren

Sommige inwoners zien een patroon: het contact met de wethouder verloopt goed, maar zodra een initiatief de ambtelijke organisatie ingaat, loopt het vast. De Pater herkent de spanning. “Een van mijn grootste pluspunten is dat ik vertrouw op mijn collega’s. Een van mijn grootste valkuilen is dat ik te veel vertrouw op mijn collega’s.”

Als kleine zelfstandige was hij gewend een bouwploeg van een handvol mensen aan te sturen. Als wethouder werd hij opeens onderdeel van een organisatie van duizend mensen, met allerlei beslissingsniveaus. Hij noemt het een leerschool die hij tot op de dag van vandaag nog niet volledig heeft doorgrond.

Het theehuis-dossier is zijn eigen casus. Dit monumentale pand werd door de gemeente in de verkoop gedaan. Zeven partijen brachten een bod uit, waarna vier van hen aan de bel trokken bij de Edese Vos omdat de procedure volgens hen niet eerlijk was verlopen. De gemeente betrachtte onvoldoende openheid, waardoor de Vos een Woo-procedure moest starten. “Ik had me intensiever moeten bemoeien met de communicatie richting jullie. Dat heb ik niet gedaan.”

Breder is zijn frustratie over de organisatorische stroperigheid. Bij ruimtelijke ordening is specifieke expertise maar beperkt beschikbaar voor de hele stad. Dat vormt een structurele rem op de voortgang van projecten. Ook stikstof heeft de woningbouw flink beperkt. “Ik ben een productiemannetje. Dat droogt op door de stikstofwerkelijkheid. Daar baal ik als een stekker van.” Toch prijst hij ook het talent in de ambtelijke organisatie.


Mobiliteit: niet alles is Pico Bello

De portefeuille mobiliteit is de meest zichtbare – en de meest omstreden. De rotonde Zandlaan, het Pico Bellopad, de gesloten spoorwegovergang bij de Kerkweg, de spoorzone: het zijn slepende kwesties in Ede.

Over de rotonde Zandlaan heeft hij spijt van hoe zijn woorden zijn overgekomen. “Ik heb nooit gezegd: ze wennen er maar aan. Als je me zo citeert, doe je mij geen recht. Wat ik heb bedoeld: bij elke ingrijpende verkeersverandering zijn er gewenningsongelukken. We hebben met verkeerskundigen, de politie en de data gekeken. We hebben aanpassingen gedaan, oversteekplaatsen erbij, een slagboom overwogen. Dat hebben we allemaal serieus genomen.” Het Pico Bellopad vindt hij inhoudelijk een goede keuze, maar “het had beter uitgelegd moeten worden.”

De sluiting van de spoorwegovergang bij de Kerkweg raakt een gevoelige snaar, zeker in Ede-Zuid. De Pater begrijpt de pijn. Toch verdedigt hij de keuze om geen autotunnel te leggen. “Dat had een enorme aanzuigende werking gehad. Die gaat dwars door woonwijken heen, de aanvoerwegen waren niet op orde. Zo’n tunnel wordt echt een sluiproute. Die pijn hebben we afgewogen tegen een groter belang. De sluiting was bovendien een harde voorwaarde van ProRail bij de investering in de spoorknoop.”

Tegenover deze omstreden dossiers staat volgens hem de Generaal Hackettlaan: op tijd, binnen budget, en een onderhandeling met de SME die slaagde. De Pater is er zichtbaar trots op. “Datgene wat op televisie als valkuil wordt gezien – mijn humor en relativering – is soms juist een middel om grote onderhandelingen tot een goed einde te brengen. Daar kan ik van genieten.”


Bouwbudget: “Een duivels dilemma”

Bij de spoorzone en het nieuwe station Ede-Wageningen erkent hij de budgetoverschrijdingen – die zijn er bij elk groot infrastructuurproject met een lange looptijd – maar de externe omstandigheden zaten wel erg tegen.

“We hebben dat rampjaar 2022 gehad – Oekraïne, staal, gas – en precies op dat moment moesten we de belangrijkste inkopen doen. Dat kun je uitleggen. Maar voldoende reserveren is een duivels dilemma: als je zestig procent marge inbouwt, krijg je het er politiek nooit doorheen.”


Een dikke huid leren kweken

Op social media is Peter de Pater een gewild doelwit. Opmerkingen over zijn uiterlijk, de kleur van zijn schoenen – het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Hij heeft er jaren over gedaan om daarmee om te gaan. “Ik heb ontdekt: ondanks dat het persoonlijk bedoeld is, is het niet persoonlijk. Ze mopperen op je functie. Je bent inwisselbaar.” Zijn zorg is wel dat de verharding het vak minder aantrekkelijk maakt voor nieuwe mensen.

In de raad moest hij zichzelf temmen en een dikkere huid leren kweken. In zijn beginperiode liep hij kwaad bij gemeentesecretaris René Groen naar binnen als de oppositie hem aanviel. “René zei: het stomste wat jij kunt toelaten, is het grote effect van die kleine fracties op jouw humeur. Iedereen heeft recht op een fitte bestuurder.”

De verhouding met de pers was ook niet altijd ontspannen. Toen De Pater in het college vertelde dat hij dit interview aan de Vos zou geven, had hij daar naar eigen zeggen schik om. Het zegt iets over hoe zo’n gesprek binnen het bestuur wordt beleefd. Hij vindt dat het normaler zou moeten zijn. Te lang heeft hij zijn eigen beeld laten kleuren door de wandelgangen. “Ik wil jullie zien als journalisten die over de inhoud gaan.” Zijn hoop is dat zijn opvolger die stap sneller zet. “Professioneel vertrouwen – dat is het.”


Afscheid: “Je moet kunnen relativeren”

Het gesprek komt ten einde.

In 2006 begon De Pater als onervaren raadslid en neemt nu, twintig jaar later, als ervaren bestuurder afscheid. De dag dat zijn opvolger wordt geïnstalleerd, staat het verhuiswagentje klaar. Daarna: misschien een reis naar Azië, een paar maanden afstand nemen, en dan kijken wat er op zijn pad komt.

En de parkeergarage? Die kan nog steeds ondergronds, zegt hij, als de looptijd afloopt. Je moet kunnen relativeren, vindt hij. Met die houding stapt hij de deur van het gemeentehuis uit, terug naar het klussen. De cirkel is rond, maar de stad blijft in beweging.


Dit interview is mede tot stand gekomen door vragen en input van lezers van de Edese Vos. Het volledige transcript van dit gesprek maken we binnenkort beschikbaar voor donateurs. Zij ontvangen hierover bericht.

Avatar van Marc van der Woude

Marc van der Woude

Combineert onderzoeksjournalistiek en innovatie om de 'tegenmacht' van burgers te versterken. Verbindt bij de Edese Vos journalisten, bronnen en onderzoekers. Gaat tot het gaatje om transparantie te krijgen.

Schrijf een reactie

Iedereen is welkom om te reageren. We modereren wel op basis van onze reactieregels.