De gemeente Ede heeft een evaluatie laten uitvoeren naar het mislukken van de World Food Center Experience, het paradepaardje waarmee ze in ruim 12 jaar tijd voor miljoenen het schip in ging. Het is belangrijk dat dit gebeurt. Toch staan de scherpste conclusies er niet in.
Begin 2024 was het definitief voorbij. De Provincie Gelderland trok de subsidie in na een motie in de Provinciale Staten, en daarmee kwam een einde aan twaalf jaar bouwen aan de World Food Center (WFC) Experience. Een project dat ooit moest uitgroeien tot een internationaal icoon voor de voedselwereld, eindigde als een van de duurste mislukkingen in de geschiedenis van de gemeente Ede.
In september 2024 beloofde wethouder Bram van der Beek de gemeenteraad een evaluatie. Die ligt er nu. Het rapport is gebaseerd op 27 interviews met betrokkenen en mondt uit in twintig leerpunten. Dat het een “leerevaluatie” wordt genoemd en geen verantwoording, is een veelzeggende keuze.

Wat het rapport zelf vaststelt
Laten we beginnen met wat er wel in staat, want sommige constateringen zijn opmerkelijk openhartig.
Het college geloofde er zelf al jaren niet meer in. Dat staat er bijna letterlijk. Het rapport stelt vast dat het project in de latere jaren “steeds meer alleen op het bordje van de portefeuillehouder” belandde. Een respondent zegt het zo: “Het was niet de uitstraling dat het college daar voluit achter is gaan staan. Als het bestuur niet volledig hierachter staat en met het dossier onder de arm naar buiten durft te treden, dan is het niet goed.”
Leerpunt 11 trekt daar de conclusie uit: als een groot project geen breed draagvlak heeft binnen het college, “is het noodzakelijk om dat gesprek expliciet te voeren.” De impliciete erkenning is helder: dat gesprek is niet gevoerd. Het college bleef het project publiekelijk verdedigen terwijl het interne draagvlak allang was weggesleten.
Groepsdenken hield kritiek buiten de deur. Het projectteam was zo gedreven dat er blinde vlekken ontstonden voor waarschuwende geluiden van buitenaf – het rapport introduceert zelf het begrip groepsdenken. Wat het niet vraagt: wie had die tunnelvisie moeten doorbreken, en waarom gebeurde dat niet?
De raad werd niet proactief geïnformeerd. “Als wij vragen hadden, dan werd dat altijd keurig beantwoord. Maar we moesten er wel om vragen,” zegt een raadslid. Dat is een milde formulering voor een werkwijze die de controlerende rol van de gemeenteraad structureel heeft uitgehold.
Inwoners zijn nooit echt meegenomen. Het rapport bevestigt dit zonder omhaal. Een wethouder blikt terug: “We hadden het terrein meer als rode loper moeten inrichten. Dat hebben we wel aan het eind gedaan, maar veel te laat.”

Wat het rapport niet zegt
Hier begint het ongemakkelijker te worden.
De financiële eindrekening ontbreekt volledig. In een evaluatie van twaalf jaar gemeentelijke inzet en provinciaal subsidiegeld staat geen enkel concreet bedrag. Hoeveel heeft dit de Edese belastingbetaler onder de streep gekost, inclusief de jarenlange inzet van het ambtelijk apparaat? Die vraag – voor inwoners de meest elementaire – wordt niet beantwoord.
Ontbrekende steun van het bedrijfsleven wordt niet herkend als rode vlag. Het rapport behandelt de uitblijvende participatie van het agrofood-bedrijfsleven als een teleurstelling. Maar als grote spelers als Albert Heijn, FrieslandCampina en Nestlé structureel weigeren risicodragend in te stappen, is dat een zakelijk oordeel over de onhaalbaarheid van de businesscase. Het college presenteerde hun vrijblijvende sympathie (“kom maar terug als het er staat”) jarenlang aan de raad als potentieel draagvlak.
De tegenstrijdige belangen van WFC Development worden onvoldoende geadresseerd. De commerciële ontwikkelaar was verantwoordelijk voor zowel de Experience als de omliggende woningbouw. Het rapport benoemt de “perverse prikkel”: bij het mislukken van de Experience kon de ontwikkelaar terugvallen op de veel lucratievere woningbouw. Door vroege contractuele afspraken raakte de gemeente vastgeketend, waardoor zij niet meer vrij kon opereren.
Politieke verantwoordelijkheid wordt niet benoemd. Wethouder Leon Meijer droeg het dossier van 2018 tot 2023 – precies de periode waarin het interne geloof wegviel, de provincie afhaakte en de businesscase niet meer klopte. Hij stapte op in 2023. Het rapport analyseert dit vertrek en de specifieke timing ervan niet. Ook de rol van de rest van het college en de burgemeester blijft buiten schot. Het rapport constateert het gebrek aan draagvlak, maar wijst niet naar de bestuurders die dit hadden moeten adresseren.
Een onderzoek door en voor insiders
Dan is er nog de vraag wie dit rapport eigenlijk heeft opgesteld. Een colofon of verantwoording in het rapport zelf ontbreekt. Het antwoord staat in de begeleidende memo die het college op 31 maart aan de raad stuurde: het onderzoek is uitgevoerd door team Onderzoek van de gemeentelijke afdeling ConcernStrategie. Intern dus, niet door een onafhankelijk extern bureau. Dat is op zichzelf al een significante keuze bij een evaluatie van deze omvang.
De 27 geïnterviewden zijn bovendien vrijwel uitsluitend insiders: bestuurders, ambtenaren en projectpartners. Er is slechts één raadslid gehoord, de voorzitter van de raadswerkgroep.
Inwoners zijn niet gesproken. Critici van buiten de projectkring evenmin. Voor een project van deze omvang had onafhankelijke externe toetsing door experts zonder belangen voor de hand gelegen. Het rapport erkent dat het project leed aan groepsdenken, maar de evaluatie herhaalt dat patroon: de kring die het project runde, evalueert nu zichzelf. Dat levert wellicht oprechte zelfreflectie op, maar geen onafhankelijk oordeel.

De fundamentele vraag
Het rapport stelt twintig leerpunten vast, maar de belangrijkste vraag blijft ongesteld: was de keuze voor ‘food’ als economisch speerpunt voor Ede eigenlijk wel logisch?
Die identiteit was een bestuurlijk construct, bedoeld om het vertrek van Defensie en de Enka-fabriek op te vangen. De echte kennis (WUR) zit in Wageningen. Dat het WFC-project buiten Ede vaker enthousiast werd ontvangen dan erbinnen (“Hoe verder je van Ede komt, hoe positiever men is”), zegt alles over de gebrekkige worteling van het idee in de eigen stad.
Conclusie
Lessen trekken is niet hetzelfde als verantwoording afleggen. De World Food Center Experience was jarenlang het meest omstreden project van Ede. Inwoners vroegen bij herhaling om transparantie, terwijl de gemeenteraad bleef instemmen met het college.
De nieuw geïnstalleerde gemeenteraad krijgt volgens het memo een “informatieve sessie” aangeboden. Het college bepaalt daarmee de vorm van de afhandeling, terwijl de raad als hoogste bestuursorgaan zelf zou moeten besluiten hoe zij met deze evaluatie omgaat. Hoewel de raad deels is vernieuwd, herbergt zij nog altijd het politieke geheugen van fracties die dit dossier jarenlang hebben gesteund. De vraag is of zij genoegen neemt met een door het college geregisseerde bijeenkomst over een van de duurste mislukkingen in de Edese geschiedenis.
De rekening is betaald door de belastingbetaler, maar de politieke prijs is door niemand voldaan. De verantwoordelijk wethouder vertrok vlak voor de politieke nekslag omdat hij “toe was aan iets anders”. Wat rest is een rapport zonder financiële eindrekening, zonder externe toetsing en zonder individuele verantwoording. Het college kondigt als vervolgstap reflectiesessies aan – intern, met eigen medewerkers. Dat past in het patroon van dit hele dossier.







Typisch geval van: ‘de slager keurt zijn eigen vlees’. Dat het antwoord op de meest elementaire vraag, wat dit debacle heeft gekost ontbreekt, is alles zeggend.
Om toch maar even man en paard te noemen:
de Raad van State heeft in 2022 niet uit eigen beweging het bestemmingsplan voor de WFCE vernietigd. Dat is gebeurd omdat de stichting Milieuwerkgroepen Ede in beroep was gegaan tegen het bestemmingsplan. Dit had de SME gedaan, omdat in de natuurvergunning voor de kazerneterreinen geen (stikstof)rekening was gehouden met de realisatie van dit project dat onder andere veel extra verkeer zou veroorzaken.
De SME had daarvoor gewaarschuwd in alle vooroverleggen met de gemeente en in de ingediende zienswijze tegen het bestemmingsplan. Datzelfde heeft de SME herhaald in de overleggen over de gewijzigde plannen na de uitspraak van de Raad van State.
Dit stikstofprobleem was dus bekend tijdens de besluitvorming. Als ik nu lees, dat destijds eigenlijk niemand enthousiast was over de WFCE, dan verbaast het me dat de politiek het al dan niet doorgaan van het plan, heeft laten afhangen van het doorzettingsvermogen van de SME.
Rapport is een doekje voor het bloeden. Veelzeggend dat het rapport openbaar is gemaakt. Zo ongeveer iedere scheet van het college wordt ten strengste geheim gehouden, en dit wordt voor Edese begrippen snel openbaar gemaakt. Dat moet op zich al genoeg reden zijn om dit rapport met enig wantrouwen te aanschouwen.
Zowel de besluiten van het college als rapporten zijn (uitzonderingen daargelaten) openbaar en staan gewoon in het raadsinformatiesysteem. Als we bij de gemeente nadere informatie opvragen ontvangen we dat meestal gewoon. Zo hebben we ook de voor deze evaluatie gebruikte vragenlijsten gekregen.
Wat destijds niet openbaar was, en waardoor veel mist en wantrouwen zijn ontstaan, waren de opeenvolgende businesscases van de Food Experience.
Goed verhaal. Ik zou willen dat de nieuwe raad hiermee verder gaat.
De vraag bij dit soort Edese projecten die ik mij altijd stel is: wie wordt in aanloop nu financieel beter van het enthousiast doordrukken ervan? Wie heeft direct, indirect of via een stichting of projectontwikkelaar (die spontaan wordt opgericht) belang om de droom in stand te houden? Wordt zoiets vooraf getoetst? Ook voor de gemeente moeten bellen gaan rinkelen bij ‘wat te mooi is om waar te zijn….’ Gaat het nieuwe zwembad er net zo uitzien en moeten we dat uiteindelijk toch betalen met parkeergeld?
Een evaluatie als deze moet door een extern bureau, dat lijkt me ook duidelijk. Het alleen benadrukken dat het een Edes project is vind ik veel te eng. De provincie heeft ook veel betaald, de uitstraling was bedoeld van regionaal tot internationaal. Daarom deed de WUR ook actief mee in de beginfase.
Bedrijfsleven praatte mee maar investeerde niet. Dat is een rode vlag. De ambities werden te megalomaan door inderdaad gebrek aan goede en brede discussies en gretige mensen/bedrijven die er veel aan verdienden.
Veel fouten en falen, maar Edenaren die alleen naar het directe belang van Ede kijken moeten m.i. hun horizon verbreden en niet alleen naar de kosten kijken. Het zouden investeringen zijn die uiteindelijk geld zouden hebben opgeleverd en Ede-Wageningen tot een ‘grote’ bekende stad in Nederland voor de wereld hebben gemaakt. Jammer dat het mislukt is.
Of dat zou zijn gehaald is maar de vraag. Wageningen heeft al een gevestigde internationale reputatie en had het project in Ede daarvoor niet nodig.
Dit lezende zal uw conclusie over dit rapport de lezer niet verbazen.
De inwoners niet gehoord, geen participatie, externe deslundige adviezen niet meegenomen. Het debacle is duidelijk.
De inwoner van Ede is wederom het financiele slachtoffer en de politici komen, ook op gemeentelijk niveau, hiermee weg.
Wat nu ook weg kan is de wegbewijzering naar dit (vooraf al) kansloze project. Een pijnlijke herinnering aan het falen van dit project.
Ede is en blijft een dorp en zal nooit een stad worden.
Tja, de zoveelste misser. Onhaalbare droom, dat kon je met – hoe noemen ze dat ook alweer? – ‘boerenverstand’ direct al zien. Maar nee, de gemeente Ede heeft een batterij externen contracten geboden omdat ze denken te kunnen concurreren met parken als de Efteling e.d. Het is en blijft een dorp hier. Als gemeente kun je food m.i. ook beter aan Wageningen overlaten, met echte expertise. Bakken geld verspild weer. En waar gaat het fout? Wederom grootheidswaanzin, controle, participatie, verantwoording. En ging die wethouder ook niet weg met een bak geld terwijl hij direct een baan in Den Haag kreeg? Geen enkel gevoel van verantwoordelijkheid en erger nog; geen schaamte. En de gemeente Ede zou nu nog even de totale kosten moeten laten weten van dit fiasco. En inderdaad die stomme borden weghalen!
Transparantie blijft een moeilijk woord voor onze bestuurders. En gaan ze nu inderdaad alleen intern reflecteren!?! Een belangrijke vraag is: hoe is dit in de toekomst te voorkomen? Participatieladder toepassen? Controlerende raad? Etc. Dat is hoe het hoort, maar pas het dan ook toe!
Wanneer wordt het rapport in de gemeenteraad behandeld? En wat is de exacte inhoud van het standpunt van het college tav het rapport?
Hoe het in de raad wordt behandeld is aan de nieuwe gemeenteraad. Neemt die genoegen met een informatieve sessie, zoals het college voorstelt, of komt er een debat? Er staat nog niets in de planning, dus even afwachten.
We hebben de wethouder enkele vragen voorgelegd. Als daar antwoord op komt, melden we dat.
Het is zelfs minder dan dat: de leerpuntenrapportage is samen met het raadsmemo ‘Evaluatie WFCE’ ter informatie aan de gemeenteraad gestuurd. Een informatieve sessie voor de raad is niet gepland en de kans is groot dat de nieuwe raad geen behoefte zal voelen om nog eens terug te komen op dit bestuurlijke debacle. Jammer genoeg zit ik niet meer in de gemeenteraad, want ik zou zeker geprobeerd hebben om deze rapportage te agenderen.
Kunnen jullie ook informatie geven over de exacte inhoud van de schriftelijke reactie van b&w op het rapport? Dan wel verwijzen met een link?
Ja, dat kan. Als er antwoord komt melden we dat inhoudelijk. En komt er geen antwoord, dan publiceren we de niet-beantwoorde vragen.
De evaluatie extern uitbesteden met als uitkomst een uitgebreide financiële verantwoording over twaalf jaar beleid zou veel geld kosten…
Ik zie meer heil in met de nieuwe raad vooruit kijken in plaats van nog meer geld en tijd spenderen aan iets dat al teveel geld heeft gekost.
Gekozen is om geen extern bureau te vragen een adviesrapport op te stellen. Merkwaardig is het wel dat zo’n rapport zonder reactie van het college wordt gepubliceerd en dat dit rapport vervolgens ter informatie aan de raad wordt gestuurd. En dan zou de raad ook nog geen standpunt hierover kunnen innemen. Je kunt het eigenlijk niet geloven. Dat is weglopen voor bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Had dit voor de verkiezingen gedaan en spreek je tijdig als bestuurders over deze kwestie uit. Dan kan de burger vervolgens zijn stem uitbrengen. Deze kwestie is toch een goed raadsdebat waard!
Heel helder weergegeven Edese Vos! Wacht met belangstelling het verdere verloop af.
Fouten maken is niet erg, ervoor weglopen of jezelf indekken wel. Niet zo vreemd toch dat de mensen de (foute) bestuurders niet meer (of steeds minder) vertrouwen?
PFFF. Nu pas inlichten, wat de burgers allang vermoedden, en dan diezelfde burger hiermee opzadelen, terwijl die allang wist dat het niet zou werken. Ambtenaren moeten nu verantwoording afleggen, en niet de schouders ophalen en doorgaan. Ongeloofwaardig is nu de politiek in Ede.