De recente stopzetting van de World Food Center Experience staat niet op zichzelf in de Edese geschiedenis. Al eind jaren ’80 probeerde de gemeente een internationale trekpleister van formaat te realiseren: Village Indonesia. Een ambitieus plan langs de A12 dat, ondanks vergevorderde uitwerking, nooit werd gebouwd.
“Een droom wordt werkelijkheid.”
Met die woorden werd eind jaren ’80 een plan aangekondigd voor een terrein tussen Ede en Bennekom. Daar moest Village Indonesia verrijzen: een compleet Indonesisch dorp, met huizen, tempels en pleinen op ware grootte, gebouwd naar voorbeelden uit Java en Bali.
Geen decor, maar een plek waar bezoekers het gevoel zouden krijgen daadwerkelijk in Indonesië te zijn. Gebouwen zouden zelfs in Indonesië worden vervaardigd en hier opnieuw opgebouwd. “Heel Indonesië onder één dak in Ede”, zo werd het idee samengevat.
De plannen waren groot. Er werd gesproken over winkelstraten, een congrescentrum en een motel. Alles overdekt, goed voor zo’n 400.000 bezoekers per jaar. In de berichtgeving uit die tijd overheerst een toon van ambitie en het vertrouwen dat Ede hiermee iets unieks in huis zou halen.
Meer dan een attractie
De initiatiefnemers presenteerden het project niet alleen als recreatie, maar als een ontmoetingsplaats waar cultuur, economie en handel samenkomen. Een plek die de band tussen Nederland en Indonesië zou versterken, en tegelijk bezoekers en bedrijvigheid zou aantrekken.
Dat maakte het plan aantrekkelijk. Het was niet alleen een commercieel project, maar kreeg ook een bredere betekenis mee.
Tegelijkertijd riep dat vragen op. Waar lag de grens tussen een cultureel initiatief en een commerciële exploitatie? Die spanning zat vanaf het begin in het plan besloten.

Twijfels over plek en impact
Ondanks het enthousiasme was er ook direct weerstand.
De beoogde locatie aan de Bovenbuurtweg had een agrarische bestemming en lag in een open gebied dat belangrijk werd geacht voor de rust en ruimte in het Binnenveld. Om het project bereikbaar te maken, waren ingrijpende aanpassingen nodig, waaronder nieuwe wegen en een betere aansluiting op de A12.
Voor omwonenden en milieugroepen was het plan dan ook geen kans, maar een bedreiging. In de pers werd het omschreven als een “nepparel uit de gordel van smaragd” – een recreatiecomplex dat vooral druk zou leggen op landschap en verkeer.
Opvallend is hoe herkenbaar die zorgen zijn. Ook toen al werd gewezen op verkeersdruk en sluipverkeer in het gebied, nog voordat het project gerealiseerd was. De discussie ging daarmee niet alleen over het idee zelf, maar vooral over wat ervoor nodig was om het te laten functioneren.
Een plan dat nooit landde
Uiteindelijk kwam Village Indonesia er niet.
De plannen verdwenen naar de achtergrond. Wat resteert, is een dossier van een project dat ver was uitgewerkt, maar afhankelijk bleef van aannames over bezoekers, bereikbaarheid en draagvlak. Jaren later sprak de toenmalige Edese burgemeester Pim Blanken er zelf over als een “luchtkasteel”.

Bron: Leidsch Dagblad, 31 maart 1989
De parallel met de WFC Experience
De reden om deze geschiedenis op te halen, ligt in het heden. Met het stopzetten van de World Food Center Experience kwam opnieuw een groot project ten einde dat werd gepresenteerd als internationale trekpleister en economische motor voor de stad.
De projecten zijn niet identiek, maar de belofte is herkenbaar: een plan dat Ede op de kaart moet zetten, bezoekers moet trekken en een impuls moet geven aan de lokale economie. Dat soort plannen heeft niet alleen in Ede aantrekkingskracht. In veel gemeenten blijkt de politiek gevoelig voor projecten die verder reiken dan de dagelijkse voorzieningen, omdat ze zichtbaarheid en ambitie uitstralen.
De terugblik op Village Indonesia laat zien dat die aantrekkingskracht niet nieuw is.
Dezelfde plek, terugkerende plannen
De locatie waar eind jaren ’80 Village Indonesia was voorzien – langs de Bovenbuurtweg tussen Ede en Bennekom – staat nog altijd centraal in ruimtelijke discussies.
De gemeente onderzocht eerder de verplaatsing van sportpark Hoekelumse Eng naar dit gebied om woningbouw aan de noordzijde van de A12 mogelijk te maken. Dit plan werd losgelaten vanwege de hoge natuurwaarden en de functie als ecologische verbinding tussen de Veluwe en het Binnenveld. Recent wees de gemeente op dezelfde gronden een voorstel van ontwikkelaar Gerben Kuipers af voor een landschapspark van 32 hectare in combinatie met woningbouw.






Schrijf een reactie