Edese Vos

Raşit Görgülü: ‘Het verhaal moet wel goed zijn’

Rasit Gorgulu Democratische Partij Ede
Raşit Görgülü. Foto: DPE.

Raadslid Raşit Görgülü van de Democratische Partij Ede spreekt zich regelmatig uit voor een sterkere lokale tegenmacht. De Edese Vos gaat met hem in gesprek: hoe functioneert de Edese gemeenteraad eigenlijk ten opzichte van het college?

Raşit Görgülü loopt al wat langer mee in de Edese politiek. Tot 2017 was hij fractievoorzitter van de PvdA. Vanwege een verschil van inzicht stapte hij op, maakte zijn termijn zelfstandig af, en is nu de volksvertegenwoordiger voor DPE die één zetel in de raad heeft. In het dagelijks leven is hij econoom en CFO bij BOX NL, een accelerator in Wageningen die innovatieve food start-ups helpt op te schalen naar volwaardige bedrijven. Hij woont met zijn gezin in de nieuwe Edese wijk Simon Stevin.

Je hebt een drukke baan. Wat is je motivatie om ook politiek actief te zijn?

“Ik ben de politiek ingegaan om iets te betekenen voor de maatschappij. DPE heeft weliswaar één zetel, maar gelukkig wel twee fractievolgers. Daardoor kunnen we sparren. Maar toegegeven: het is allemaal wel veel. Het raadswerk vraagt energie, de druk is hoog.”

Sturen op hoofdzaken

Het is ongelooflijk hoeveel stukken er elke week in Notubiz klaarstaan voor een raadsvergadering. Lukt het je wel om dat goed bij te houden?

“Elk nadeel heeft zijn voordeel. Het nadeel van een drukke baan heeft als voordeel dat ik heb geleerd om heel snel informatie tot me te nemen. Snel kunnen lezen, hoofdzaken goed van de bijzaken kunnen scheiden. Ik vind dat een raadslid op de hoofdzaken moet sturen door kaders te stellen en te controleren. Je niet laten afleiden door details. Details zijn voor de mensen die in de praktijk uitvoering geven aan plannen. Ik moet vooral kijken: waar hoort de overheid voor te staan en wat hoort de overheid te doen?”

“Een raadslid moet op de hoofdzaken sturen door kaders te stellen en te controleren, en zich niet laten afleiden door details.”

“Dan kies ik de onderwerpen uit waar ik een goede bijdrage in kan leveren. Ik houd niet van discussiëren om het discussiëren. Het moet over de inhoud gaan, een bijdrage moet gewicht hebben, sustantieel zijn. Een vooruitziende blik is ook belangrijk. Of het nou om netcongestie gaat, de woningmarkt of om zonnepanelen op landbouwgrond. Toen ik een paar jaar geleden zei dat ik dat verkwanseling van landbouwgrond vond, werd ik door sommigen weggezet als ‘klimaatontkenner’, maar nu komt er wetgeving die dit verbiedt. Bij huisvesting is al jaren sprake van zogenaamd ‘marktfalen’, en de overheid staat erbij en kijkt ernaar. Symptoombestrijding in plaats van oplossingen.”

“Door op de hoofdzaken te sturen, kun je met maar één zetel in de raad toch bovengemiddeld invloed uitoefenen.”

De macht van de gemeenteraad

De gemeenteraad als tegenmacht: wat is jouw visie daarop? Hoe dient de gemeenteraad ten opzichte van het college te functioneren? Wat is een effectieve tegenmacht en hoe werkt dat in de Edese praktijk?

“De gemeenteraad is geen tegenmacht, maar onderdeel van de macht. Een college doet voorstellen en de gemeenteraad neemt de vergaande besluiten. Daarmee heb je dus macht. Bijvoorbeeld om de overgang bij de Kerkweg te sluiten.”

Formeel is dat natuurlijk zo – in een democratie ligt de hoogste macht bij de volksvertegenwoordiging. Maar in het beeld dat inwoners van het gemeentebestuur hebben, trekt het college aan de touwtjes en hobbelt de gemeenteraad er achteraan. Constructief en controlerend, maar wel volgend. Als je stelt dat de raad de macht heeft, waar zit dan de tegenmacht?

“Hoe het democratisch in elkaar steekt en hoe het in de praktijk werkt, dat is een wereld van verschil. Dat is ook mijn voornaamste bezwaar tegen de bestuurscultuur in Ede. Het is niet voor niks dat ik bij de coalitievorming in 2022 heb voorgesteld om met een minderheidscoalitie te gaan werken. En niet vier, maar zes wethouders te benoemen. Vier van de partijen die de coalitie vormen en twee daarbuiten. Om op die manier wat evenwicht te brengen.”

Dualisme ontbreekt

Dat is een vergelijkbare insteek als die Pieter Omtzigt voorstelt: een minderheidsregering, zodat de Kamer meer initiatief en invloed krijgt. Het dualisme moet terugkomen in de politiek.

“Ja, het ontbreken van dualisme is volgens mij de oorzaak van de grote versplintering die we zien in de politiek. Partijprogramma’s stellen niks meer voor, want in de coalitievorming trekken partijen toch hun eigen plan. Dan willen ze elkaar graag vasthouden op basis van een coalitieakkoord. En dan hebben inderdaad de burgemeester en de wethouders het voor het zeggen. De raad en de raadsfracties krijgen dan nog maar weinig voor elkaar. En dat is niet zoals het hoort, vind ik.”

“Het democratische systeem werkt op basis van dualisme, maar dat is er in de praktijk niet. Zelfs op de meest duidelijke punten waarbij je van een partij mag verwachten dat ze een voorstel steunen, zie je dat ze dat regelmatig niet doen omdat ze in een coalitie zitten. En op het moment dat ze uit de coalitie zijn, dan pleiten ze ineens voor totaal andere dingen.”

“De overheid dient niet, maar ver-dient.”

“Een voorbeeld, en dat is één van mijn stokpaardjes: de overheid dient niet, maar ver-dient. Zelfs in crisistijd zie je dat het vermogen van de gemeente Ede almaar toeneemt. Leon Meijer, de wethouder Financiën, was onze Oom Dagobert. De gemeente zwemt in het geld, terwijl er in de samenleving heel veel problemen zijn. Toen de VVD in de coalitie zat benadrukten ze altijd: we zijn een financieel gezonde gemeente, dus moeten we een reserve opbouwen. En nu ze in de oppositie zitten zeggen ze: ‘Kom op, uitgeven dat geld.’ Wat je vindt wordt dus bepaald door de vraag of je in de coalitie zit of in de oppositie.”

Maximaal welzijn en welvaart

“Het is niet aan de overheid om geld op te potten, want het geld wat ze heeft is niet van haar, maar van ons als inwoners. De overheid hoort de burger te dienen, maar de burger denkt dat hij de overheid moet dienen. Dat is de omgekeerde wereld. In mijn ideaalbeeld heeft de overheid een missie. Ze hoort te streven naar maximale geluksbeleving, welzijn en welvaart voor de mensen. In de eerste plaats voor je eigen burgers, maar ook voor de rest van de wereld. De overheid heeft kerntaken, volkshuisvesting bijvoorbeeld. Als iets een kerntaak is, hoor je de handschoen op te pakken als deze door de markt niet voldoende wordt opgepakt. Burgers mogen dan van de overheid initiatief en interventie verwachten.”

Hoe kan de raad weer als tegenmacht, of misschien beter: als zelfstandige macht gaan functioneren?

“Partijen zouden zich anders moeten opstellen. Dat is een keuze. Je kunt ervoor kiezen om je dualistisch op te stellen en je kaderstellende taak als raadsleden goed in te vullen. Vooral de coalitiepartijen kunnen dit doorbreken. Die hebben nu de instelling van: ‘wij hebben de kaders al vastgesteld bij de coalitieonderhandelingen, en dus zijn we nu voor vier jaar klaar.’ Dat vind ik echt heel fout. Je moet continu openstaan voor aanpassing. Want de wereld is niet voorspelbaar, verandert in een rap tempo, en kan dus ook niet voor vier jaar worden vastgelegd.”

Welke mogelijkheden zie je om de rol van de gemeenteraad te versterken?

“Dat is een combinatie van persoonlijke competenties en relaties bouwen. We zouden binnen de raad veel sterker coalities kunnen vormen rond bepaalde onderwerpen. Deels gebeurt dat ook al. Goede relaties en overleg zijn van wezenlijk belang als je in de politiek dingen voor elkaar wilt krijgen. Je moet elkaar opzoeken, met elkaar door één deur kunnen, elkaar ook kunnen overtuigen, standpunten durven aanpassen.”

Aansluiten bij de beste ideeën

Is er een moment geweest in deze raadsperiode dat je zegt: hier heeft de gemeenteraad effectief als (tegen)macht gefunctioneerd?

“Helaas niet. Er zijn geen significante initiatieven die buiten de coalitie om zijn bedacht. Daar is geen ruimte voor, omdat we de tegenmacht slecht hebben georganiseerd. Het vraagt authenticiteit en geloofwaardigheid. Geen politieke puntjes willen scoren door ideeën te claimen, maar aan willen sluiten bij de beste ideeën. Kun je dat niet, dan sta je in de tegenmacht al meteen 2-0 achter. Op fundamentele onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, energie, hoe we het geld van de gemeente gebruiken, hoe we grond gebruiken. Daarbij moeten we over onze schaduw heen kunnen stappen.”

“Burgers voelen zich niet vertegenwoordigd. Dat moeten we ons aantrekken.”

“Burgers hebben nauwelijks nog vertrouwen in de gemeenteraad omdat ze geen geloofwaardig beleid zien. Ze ervaren dat ze er weinig aan hebben, voelen zich niet vertegenwoordigd. Dat moeten we ons aantrekken. Dan zeggen ze, heel terecht: ‘Wat heb ik aan jullie? Wat doe je nou voor mij, voor ons? Jullie beloven wel wat, maar van die beloftes blijft in de praktijk weinig over.’ Want de invulling die zij willen geven aan hun directe leefomgeving, die is soms echt anders dan wat de gemeente doet. De Kerkweg is daar een voorbeeld van. De Food Experience ook. En de veel te dure Van der Knaaphal voor topsport, waar inwoners weinig aan hebben.”

“Begrijp me goed, ik ben niet tegen visionaire plannen. Je moet soms even door de pijn van vandaag heen bijten om iets neer te zetten wat op de lange termijn voor ons allemaal beter is. Maar dan moet het verhaal wel goed zijn, hout snijden, door inwoners gedragen worden, financieel goed verankerd zijn. Wie neemt daar de moeite voor? Zo’n plan kan niet voortkomen uit persoonlijke voorkeuren of omdat je in een bepaalde hoek vriendjes hebt.”

“Daarnaast moeten wij als raadsleden onze kerntaken serieus nemen. We hebben een controlerende en kaderstellende taak, en de opdracht om dat continu te doen. In theorie hebben raadsleden een onafhankelijke rol, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht. Er vinden ook te weinig goede debatten plaats. De beperkte spreektijden helpen daar niet bij. Je mag bijvoorbeeld maar drie keer interrumperen. Dan geeft de tegenpartij soms drie keer een nietszeggend antwoord, en bij de vierde keer mag je niets meer terugzeggen. Terwijl een goed debat gebaat is bij vraag op vraag op vraag. Mits het wel relevant is natuurlijk. Je moet niet gaan interrumperen om je te laten gelden. Hier ligt ook een rol voor de voorzitters.”

rasit gorgulu podcast tegenmacht
Raşit Görgülü: “Ik ben niet tegen visionaire plannen.” Foto: Raymond Janssen.

De rol van de journalistiek

“Maar de raad kan het niet alleen. We hebben de journalistiek ook nodig.”

Hoe zie je de rol van de lokale journalistiek?

“Die is zwak, vult haar taak niet serieus in en heeft teveel eigen belangen. Ede Stad bijvoorbeeld, ik heb er geen goed woord voor over. Ze hebben maar één persoon die alle politieke artikelen schrijft en die zijn erg gekleurd. Het zijn vaak dezelfde partijen die aandacht krijgen. De politieke verslaggeving is in mijn optiek coalitiegezind. De gemeente Ede (eigenlijk het college) is een grote adverteerder, dus is er een belang om die te vriend te houden. Daar komt nog bij dat de politieke verslagjes over de raad achter een betaalmuur staan.”

“Waar het om gaat is dat burgers weten wat er speelt. Dat ze kennis kunnen nemen van de belangrijkste inhoudelijke argumenten uit de raadsdebatten. Dat er pluriformiteit is in de media. Daarom heb ik een motie ingediend voor een mediafonds. Omdat de tegenmacht vanuit de professionele journalistiek ook versterkt moet worden. Zo hebben we buiten de raad ook een veel betere voedingsbasis voor onze eigen oordeelsvorming. Een sterke pers en maatschappelijk gesprek zijn van cruciaal belang in een democratie. Ik ben er ontzettend blij mee dat de raad dat zo breed gesteund heeft.”

Hoewel er maar 70k in zit voor één jaar. Dat is net het salaris van één communicatiemedewerker van de gemeente. Je ziet nu al dat alle mediapartijen staan de trappelen om daar wat uit te graaien, ook de partijen die de journalistiek zelf hebben uitgehold en nauwelijks innovatiekracht tonen. Het vraagt om een duidelijke afbakening op controlerende onderzoeksjournalistiek.

“Wat mij betreft is dit fonds niet eenmalig. Als het goed functioneert en de onafhankelijke journalistiek bevordert, dan kunnen we ook 150k alloceren. Ede is een sterke groeigemeente, de belangen zijn heel groot. Hier gebeurt zoveel dat we ook meer goede journalistiek nodig hebben. Media spelen echt een heel belangrijke rol. Ze bereiken de grote massa. Door kritische vragen te stellen kunnen ze de kwaliteit van bestuur verhogen.”

“In mijn ideale wereld zouden journalisten zelf een krant moeten bezitten, en datgene wat ze ophalen, volledig moeten gebruiken om journalistiek te bedrijven.”

Dat klinkt als de Edese Vos.

“De lokake journalistiek in Ede is zwak. Daarom ben ik ontzettend blij met de Edese Vos als toevoeging. Dat jullie onafhankelijk zijn, is al winst.”

Structurele tegenmacht

Afsluitend: zou er een strategische kruisbestuiving kunnen ontstaan tussen de tegenmacht van de raad, de journalistiek en burgerinitiatieven?

“Burgerinitiatieven als tegenmacht, dat zie ik niet zo. Natuurlijk is het goed dat burgers allerlei eigen initiatieven nemen, maar kun je van de burgers vragen dat ze structureel tegenmacht bieden? Burgerinitiatieven gaan vaak over één specifieke kwestie, terwijl je tegenmacht in de breedte nodig hebt. De raad en de journalistiek zijn de institutionele organen die meer continue tegenmacht zouden kunnen leveren.”

Raşit Görgülü deelt zijn perspectief ook in de eerste aflevering van de Tegenmacht Podcast over de gemeenteraad van Ede.

white logoWaardeer dit artikel met een donatie

Marc van der Woude

Combineert onderzoeksjournalistiek en innovatie om de 'tegenmacht' van burgers te versterken. Verbindt bij de Edese Vos journalisten, bronnen en onderzoekers. Gaat tot het gaatje om transparantie te krijgen.

Schrijf een reactie

Mis niets, meld je aan!

Blijf actief op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen in Ede. Meld je aan voor de mail van de Edese Vos.