Op de dag voor kerst ontving onze redactie een brief van burgemeester René Verhulst. Hij nam daarin de ruimte om zijn visie op de Edese Vos uiteen te zetten, in proza dat je niet snel van een burgemeester verwacht. Wellicht zien we dat nog eens terug in een boekje.
Opinie
Wat bleef hangen, was niet alleen de toon, maar vooral ook het frame. De Edese Vos is, zo viel op te maken, eigenlijk maar een blog. Of een website. In een eerdere advocatenbrief namens de gemeente Ede werd de Edese Vos eveneens als blog aangeduid. Kennelijk is hier de gedachte: wat je verkleint, verdwijnt – hopelijk.
Dat is geen kwestie van onhandige terminologie, maar van machtshouding. Je zou het ‘de arrogantie van de macht’ kunnen noemen. Door de ander te reduceren, versterk je je eigen positie. Door iets weg te zetten als maar een blog suggereer je dat het geen volwaardig journalistiek platform is – en dat je het dus ook niet serieus hoeft te nemen. Het label vervangt het inhoudelijke gesprek.
Bloggers waren de pioniers van het internet
Wie de term weblog associeert met iets kleins of vrijblijvends, kent de digitale geschiedenis niet. In de vroege jaren van het internet waren weblogs juist de voorhoede. Digitale pioniers namen ruimte in, publiceerden observaties, analyses en vragen, en verwezen expliciet naar elkaar. Zo ontstond de blogosfeer: een netwerk, een ecosysteem, een openbaar gesprek.
Een weblog was een soort dagboek, maar niet in de zin van lief dagboek. Het was een logboek van wat je zag, onderzocht en begreep. Geschreven in de ik-vorm, publiek, corrigeerbaar. Blogs functioneerden niet als zenders, maar als knooppunten. Ze waren klein in schaal, maar groot in effect – de eerste luizen in de pels van gesloten systemen.
Begin 2002 startte ik mijn eerste weblog, in een tijd dat de Nederlandse blogosfeer nog nauwelijks bestond. Het trok vooral digitale pioniers en ‘omdenkers’: mensen die al vroeg zagen dat publiceren, verbinden en reageren samen een kracht vormden. Niet omdat één blogger het beter wist, maar omdat het netwerk collectief meer wist dan een enkele autoriteit. Daarin zat de ontregelende kracht. Ook kranten waren in die tijd nog vooral institutionele ‘zenders’ – ze boden eenrichtingsverkeer naar een ‘publiek’.
De decentrale disruptie zette op veel plekken door: in de journalistiek, de politiek, maatschappelijke bewegingen. Het inzicht daalde in: digitale netwerken doorbreken bestaande hiërarchieën en dwingen participatie af. Niet als ideologisch project, maar als logisch gevolg van hoe het internet werkt: als democratiserend netwerk.
Openheid als wapen tegen macht en controle
Wie vandaag blog gebruikt als verkleinwoord, keert die geschiedenis om. Weblogs waren nooit onbeduidend. Ze waren ongemakkelijk voor wie gewend is aan controle. Niet door volume, maar door openheid. Niet door autoriteit, maar door verbinding.
De Edese Vos werkt volgens precies diezelfde logica. Niet top-down, maar relationeel. Niet vanuit macht, maar vanuit een netwerk van betrokken lezers, bronnen en tipgevers. Dat botst met traditionele machtsopvattingen. En dus wordt door bestuurders van de oude stempel teruggegrepen op taal die moet verkleinen wat zich niet laat inkaderen.
Maar journalistiek laat zich niet definiëren door een vorm. Niet door papier, niet door pixels, niet door een etiket. Journalistiek is een praktijk voor waarheidsvinding. Een houding. Een manier van werken. Wie dat wegzet als maar een blog, zegt uiteindelijk weinig over dat platform – en des te meer over zijn eigen onbegrip van macht, tegenmacht en journalistiek in deze tijd.






Schrijf een reactie
Iedereen is welkom om te reageren. We modereren wel op basis van onze reactieregels.