De gemeente Ede heeft niet berekend hoeveel treinreizigers na opening van de betaalde P+R naar Enka zouden uitwijken. Ook de gevolgen voor de wijk zijn vooraf nooit becijferd. Wel liet de gemeente vlak voor het besluit een parkeermeting uitvoeren. Daaruit bleek dat overdag meer dan de helft van de parkeerplaatsen op Enka leegstond.
De Enkawijk ligt direct naast station Ede-Wageningen. Omdat treinreizigers voorheen gratis konden parkeren op het tijdelijke P+R-terrein, verwachtte het college dat een deel van hen een gratis alternatief in de aangrenzende wijk zou zoeken. In het participatietraject waarschuwde de gemeente bewoners dan ook voor “grote parkeeroverlast”. Om dat te voorkomen werd besloten om gelijktijdig op Enka betaald parkeren in te voeren.
Hoeveel automobilisten daadwerkelijk zouden uitwijken en wat dat zou betekenen voor de parkeerdruk, heeft de gemeente echter niet laten onderzoeken. Dat bevestigt de gemeente na vragen van de Edese Vos.
Volgens Kiki Jamar, woordvoerder van wethouder Thimo Harmsen, is daar bewust van afgezien: „Een dergelijke berekening zou gebaseerd zijn op een zodanig groot aantal aannames dat het resultaat een nauwkeurigheid zou suggereren die niet hard gemaakt kan worden.” Voor de verwachting dat automobilisten naar gratis parkeerplaatsen zouden uitwijken, verwees de gemeente naar landelijk onderzoek.
Wijk overdag halfleeg
Opvallend is dat de gemeente vlak voor het besluit wél liet meten hoeveel auto’s er daadwerkelijk op Enka geparkeerd stonden. Dat gebeurde op donderdag 19 en zaterdag 21 maart, rond de periode waarin een bewonersavond en een enquête over het parkeerbeleid plaatsvonden.
Uit de donderdagmeting bleek dat zowel tussen 9.00 en 12.00 uur als tussen 14.00 en 17.00 uur ongeveer 48 procent van de parkeerplaatsen bezet was. Deze meetmomenten vallen grotendeels binnen de periode waarin nu betaald moet worden: op werkdagen van 10.00 tot 16.00 uur.
Pas later op de dag liep de bezetting op, naar 58,9 procent op donderdagavond en 68,9 procent ’s nachts, wanneer de meeste bewoners thuis zijn. Zelfs in de nacht bleef dus bijna een derde van de plekken leeg.
Dat er in enkele specifieke straten vlak bij het station wel een hoge bezetting was, kwam overeen met een eerder parkeeronderzoek uit 2024. Maar een algemeen tekort aan parkeerplaatsen in de wijk als geheel kwam uit de tellingen niet naar voren.
Geen rol bij besluit
Dat bezettingspercentage speelde bij het besluit om direct betaald parkeren in te voeren echter geen rol. „Het percentage was niet relevant voor het besluit, maar wel voor de evaluatiemomenten”, verklaart Jamar. Het college baseerde het besluit daarmee niet op de bestaande parkeerdruk, maar op de verwachte toename na opening van de betaalde garage.
Tijdens het participatieproces stelden bewoners een alternatieve route voor: open eerst de P+R-garage, houd Enka voorlopig gratis en meet of de gevreesde overlast daadwerkelijk optreedt. Ook de ambtelijke organisatie noemde dit later als een optie.
Het college koos niet voor dat alternatief. Uit documenten die via de Wet open overheid (Woo) zijn opgevraagd, bleek al dat deze variant ambtelijk niet verder is onderzocht. De gemeente bevestigt nu dat het alternatief evenmin is doorgerekend.
De voormeting uit maart dient nu als nulmeting voor latere evaluaties. De gemeente gaat daarmee achteraf meten wat de invoering van betaald parkeren teweegbrengt. Wat er zonder deze maatregel op Enka zou zijn gebeurd, blijft daardoor onbekend.







Tjonge. En de kinderen op ENKA blijven maar fluiten naar het gewenste en benodigde grotere groene schoolplein, omdat er maar voorkeur wordt gegeven aan parkeerplaatsen. Het is echt meermaals aangetoond dat het wel kan. Waar liggen de prioriteiten?!