De geplande aardwarmteboring verandert het rustige buitengebied aan de Maanderdijk maandenlang in een industrieel ingericht boorterrein.
Zware dieselgeneratoren draaien dag en nacht, er komt een zestig meter hoge boortoren en de werkzaamheden gaan 75 dagen onafgebroken door. Uit de vergunningstukken blijkt bovendien dat overheden en deskundigen kritisch hebben gekeken naar de gevolgen voor natuur, bodem en grondwater. De belangrijkste bevindingen op een rij.
60 meter hoog, 1800 meter diep
De werkzaamheden bestaan uit de aanleg van de boorlocatie, de boorfase en de afbouw. Samen nemen die ongeveer 32 weken in beslag. De meest intensieve periode is de daadwerkelijke boorfase. Hierbij wordt met een zestig meter hoge boortoren naar ongeveer anderhalve kilometer diepte geboord.
Vanwege het continurooster en de veiligheid wordt de locatie ‘s nachts fel verlicht. Om te voorkomen dat deze verlichting beschermde diersoorten in de directe omgeving, zoals foeragerende vleermuizen en broedvogels, ernstig verstoort, verplichten de vergunningen het bedrijf om te werken volgens een strikt Ecologisch Werkprotocol (EWP) met speciaal afgeschermde verlichting.
De Edese Vos spitte de technische onderzoeken door. De boringen richten zich op de Formatie van Slochteren, een zandsteenlaag die start op zo’n 1.600 tot 1.650 meter onder het maaiveld. Hoewel het diepste verticale punt ruim 1,8 kilometer onder de grond ligt, legt de boor door schuine hoeken een veel grotere fysieke afstand af van 2,9 kilometer.
Boren op diesel: stikstof op de Veluwe
Hoewel het aardwarmteproject uiteindelijk bedoeld is om de Edese warmtevoorziening te verduurzamen, is de aanlegfase dat niet. Omdat op de locatie geen netaansluiting met voldoende capaciteit beschikbaar is, wordt de benodigde stroom opgewekt door drie grote dieselgeneratoren die dag en nacht draaien. Om pieken in de stroomvraag op te vangen, worden de generatoren ondersteund door een batterijpakket.
De inzet van deze zware generatoren leidt tot de uitstoot van stikstof. Uit de AERIUS-projectberekeningen van de initiatiefnemers blijkt dat stikstof neerslaat op het nabijgelegen Natura 2000-gebied de Veluwe. De maximale berekende toename bedraagt 0,10 mol per hectare per jaar. De initiatiefnemer voerde een zogenoemde ‘voortoets’ uit en concludeerde daaruit dat significante negatieve effecten op Natura 2000 konden worden uitgesloten. Een uitgebreidere ‘passende beoordeling’ zou daarom niet nodig zijn.
De gemeente en het ministerie kwamen hierover in het dossier tot een andere beoordeling. De gemeente Ede vroeg het ministerie in haar officiële advies expliciet of er met deze cijfers toch niet een uitgebreidere beoordeling geëist moest worden, juist omdat de Veluwe al zwaar overbelast is door stikstof. Het ministerie ging hier echter niet in mee en oordeelde dat er met de voorgestelde generatoren – mits voorzien van nabehandelingssystemen zoals SCR-katalysatoren – voldoende maatregelen worden genomen om significante negatieve effecten op Natura 2000 te voorkomen.
Links de boorlocatie ten opzichte van Natura 2000, rechts ten opzichte van beschermde grondwatergebieden. Beelden: Gaia Energy, Haskoning.
Seismische risico’s: eerst meten, dan winnen
Een logische zorg bij een aardwarmteboring is het risico op bodemdaling en aardbevingen. Uit de vergunningstukken blijkt dat de verwachte bodemdaling met maximaal 4 millimeter over een periode van dertig jaar volgens de betrokken deskundigen verwaarloosbaar klein is ten opzichte van de natuurlijke bodemdaling in het gebied. Ook de kans op schade door lokaal opgewekte aardbevingen wordt door TNO en Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) als zeer klein ingeschat.
Toch zien de toezichthouders een belangrijk aandachtspunt. Het bestaande meetnet van het KNMI rondom Ede is niet fijnmazig genoeg om lichte, nog niet voelbare aardbevingen betrouwbaar te registreren. Daarom verplicht het ministerie Aardwarmte Ede om vóór de start van de winning een eigen lokaal meetnet aan te leggen en eerst een nulmeting uit te voeren.
Daarnaast geldt een zogenoemd stoplichtsysteem. Daarbij zijn vooraf grenswaarden vastgesteld voor de gemeten trillingen. Als die worden overschreden, moet de winning worden aangepast of stilgelegd. Bij een beving boven de vastgestelde norm moet de winning binnen 24 uur worden stilgelegd.
Mocht er ondanks deze maatregelen toch schade ontstaan, dan blijkt uit de vergunningstukken dat de initiatiefnemer een aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten met een maximale dekking van 10 miljoen euro per jaar.

Zorgen over corrosie in het Edese grondwater
Naast de geologische risico’s in de diepe ondergrond, buigen lokale overheden en instanties zich vooral over de risico’s voor de ondiepe bodem. Er wordt namelijk dwars door waardevolle grondwaterlagen geboord.
Om te voorkomen dat het diepe, zoute en warme formatiewater in aanraking komt met dit zoete grondwater, worden de boorputten voorzien van stalen buizen en cement. De gemeente Ede wees in het voortraject echter op ervaringen bij andere geothermieprojecten in Nederland, waar corrosie van stalen putten eerder optrad dan verwacht, wat tot ongewenste zoutwaterlekkages leidde. De gemeente vroeg daarom nadrukkelijk aandacht voor de materiaalkeuze en de levensduur van de putten.
Ook Waterschap Vallei en Veluwe heeft in het dossier geadviseerd om scherp toe te zien op een robuust putontwerp om de grondwatervoorziening niet in gevaar te brengen. Het waterschap adviseert daarom een zogenoemde double casing toe te passen: een dubbele beschermwand rond de boorput, gecombineerd met actieve monitoring om lekkages tijdig te kunnen signaleren. Om deze risico’s in te dammen, stelt het ministerie strenge materiaaleisen en is het bedrijf verplicht de boorputten voortdurend te controleren op beschadigingen, lekkages en afwijkende druk.
Het ministerie concludeert dat met deze vergunningvoorschriften voldoende maatregelen zijn getroffen om de risico’s te beheersen. De gemeente en het waterschap vroegen in hun adviezen wel nadrukkelijk aandacht voor de uitvoering en de controle daarop.
Dit artikel is deel 3 van een serie over het aardwarmteproject Ede. In het volgende deel onderzoeken we de bedrijfsmatige constructie: de weggelakte financiën, de rol van staatsbedrijf EBN en de vraag of dit project de Edese biomassacentrales echt gaat vervangen. Belanghebbenden kunnen nog tot en met 13 augustus 2026 een zienswijze indienen op het ontwerpbesluit voor de startvergunning.








Schrijf een reactie
Iedereen is welkom om te reageren. We modereren wel op basis van onze reactieregels.