Aardwarmte, warmte uit water, een publiek warmtebedrijf: de alternatieven liggen klaar. Maar verandert er echt iets, of alleen de eigenaar? Slotdeel: de toekomst van de Amersfoortse warmte.
Wie wil weten hoe de gemeente Amersfoort werkelijk over biomassa denkt, moet niet naar de raadszaal maar naar het zwembad. Sportcomplex Amerena, in 2018 gebouwd als toonbeeld van duurzaamheid, wordt nog altijd deels warm gestookt op aardgas en biomassa. Dat wil het stadsbestuur niet langer. Voor bijna twee miljoen euro stapt het bad over op warmte uit het drinkwaterstation van Vitens, tweehonderd meter verderop – nog voor het einde van 2026 volledig duurzaam.
Een tegenstelling is dat overigens niet: het zwembad heeft toevallig een duurzame bron naast de deur, en het beleid luidt nu eenmaal ‘biomassa tot er iets beters is’. Maar de scène laat wél zien hoe de gemeente er zelf in staat: zodra een alternatief voorhanden is en er geld voor wordt vrijgemaakt, wil ook het stadsbestuur zo snel mogelijk van de houtstook af.
Voor de inwoners op het warmtenet heet biomassa intussen een “noodzakelijke tijdelijke brandstof” – noodzakelijk zolang alternatieven ontbreken. Daarmee is de vraag van dit slotdeel gegeven: wanneer komen die alternatieven er voor de rest van de stad, wat kosten ze – en wie houdt ze in handen? Het antwoord in het kort: het kan, maar niet snel, niet zonder blijvende steun van de belastingbetaler, en wie goed kijkt naar de ontwikkelaars ziet vooral bekende gezichten.
Aardwarmte: veelbelovend, en ver weg
Het meest genoemde alternatief is geothermie: warm water van kilometers diepte oppompen om er huizen mee te verwarmen. Amersfoort kreeg dit voorjaar goed nieuws. Uit twee potentieonderzoeken blijkt dat vooral de zuidkant van de stad kansrijk is, met een verwacht vermogen van 5 tot 10 megawatt, mogelijk in samenwerking met Soest en Leusden. Eind dit jaar of begin volgend jaar volgt aanvullend seismisch bodemonderzoek, daarna kan een proefboring in beeld komen. Maar let op de trap die dan nog volgt: onderzoek, proefboring, vergunningen, bouw. Zelfs in het gunstigste scenario levert Amersfoortse aardwarmte pas over jaren warmte.
Hoe zo’n traject er in de praktijk uitziet, is op ruim twintig kilometer afstand te bekijken. In Ede, dat een paar jaar voorloopt, wordt dit jaar daadwerkelijk geboord. Ik analyseerde daar het volledige vergunningsdossier: ruim 450 pagina’s aan onderzoeken en rapporten, waarvan omwonenden pas kort voor een informatiemarkt hoorden, met inspraaktermijnen die grotendeels in de zomervakantie vielen.

Uit datzelfde dossier blijkt hoe wankel de businesscase onder zo’n boring is. Het Edese project leunt op een subsidiereservering van maximaal 74,2 miljoen euro, die alleen wordt uitgekeerd over daadwerkelijk geleverde warmte – vijftien jaar lang. Daarna wordt het project verlieslatend, waarschuwt de onafhankelijke Mijnraad: de stroomkosten van de benodigde warmtepompen overtreffen dan de opbrengsten uit de warmteverkoop. De kans bestaat dat aandeelhouders er na die vijftien jaar de stekker uittrekken – terwijl de installatie is ontworpen om dertig jaar mee te gaan. En de financiële reserve om de kilometersdiepe putten in dat geval veilig af te sluiten? Die was in de plannen “verder niet onderbouwd”, constateerde de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; de minister moest de ontwikkelaars opleggen die reserve alsnog op te bouwen. Wie de bedragen wil controleren, stuit intussen op zwarte balken: vrijwel alle concrete cijfers in de openbare vergunning zijn weggelakt.
Ook de eigendomsverhoudingen stemmen niet gerust. De Edese boring is in handen van een consortium waarin het moederbedrijf achter het Edese warmtebedrijf deelneemt – het ‘alternatief voor biomassa’ wordt daar dus ontwikkeld binnen dezelfde kring die aan de biomassa verdiende. En staatsbedrijf EBN financiert 40 procent van de projectkosten mee, terwijl het ministerie dat diezelfde vergunning onafhankelijk moet beoordelen tot dezelfde Staat behoort. Onthoud die naam: EBN wordt in Amersfoort straks mede-eigenaar van het publieke warmtebedrijf. Voor Amersfoort is dit alles geen ver-van-mijn-bedshow: Warmtebedrijf Amersfoort verwierf hier al in 2023 een opsporingsvergunning voor aardwarmte. Als de bron verandert maar de eigenaren niet, verandert er voor de machtsvraag niets.
En zelfs als alles slaagt, is de oogst begrensd: de Edese boring levert straks 9,6 tot 11,75 megawatt – bij lange na niet genoeg voor de circa 20.000 woningen op het Edese net. Het bedrijfsplan van de initiatiefnemer zegt het zelf, in één ontnuchterende zin: “Als de huidige groeitrend van energievraag doorzet, dan zou het aandeel biogrondstoffen kunnen toenemen indien er geen alternatieve duurzame bron beschikbaar is.”
Water: dichtbij, maar hoe ver is het echt?
Het tweede spoor is warmte uit water. Het meest concrete project: warmte winnen uit het gezuiverde water van de rioolwaterzuivering op de Isselt. In januari 2024 tekenden warmteproducent Eemwarmte en Waterschap Vallei en Veluwe daarvoor een samenwerkingsovereenkomst; potentieel goed voor ruim 7.000 huishoudens, fossielvrij en echt lokaal.
Sindsdien is de belofte alleen maar gegroeid. Het waterschap presenteert de zuivering op zijn website inmiddels als bron die Amersfoortse huishoudens verwarmt. Het warmtebedrijf gaat verder: op de projectpagina voor Schothorst-Zuid belooft het de wijkbewoners dat hun wijk “na aanleg het grootste deel van haar warmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie krijgt”, en claimt het dat de geleverde warmte nu al voor 30 procent uit zonne-energie en restwarmte bestaat.
Maar dat zijn de woorden van de betrokken partijen zelf. Aan de potentie ligt het niet: warmte terugwinnen uit gezuiverd rioolwater is een bewezen techniek die al op meerdere plekken wordt toegepast. De vraag is niet óf het kan, maar wat er inmiddels gebouwd en geleverd wórdt. Het waterschap gaat op zijn eigen website nog een stap verder en meldt in de tegenwoordige tijd dat de zuivering “ruim 7.000 huishoudens” verwarmt – exact het potentieelcijfer uit de intentieovereenkomst van 2022.
Onafhankelijk te controleren is daarvan niets. Sinds de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst begin 2024 is er geen openingsbericht, geen productiecijfer en geen voortgangsrapportage verschenen – niet bij het warmtebedrijf, niet bij het waterschap, niet in de raadsstukken. Wat de zuivering medio 2026 werkelijk aan het warmtenet levert, weet buiten de betrokken partijen niemand. Een wijk wordt dus over de streep getrokken met beloften over een bron die alleen op de websites van de beloftemakers bestaat. Het is precies de vraag die de gemeenteraad zou moeten stellen voordat het dit najaar het Omgevingsprogramma Warmte vaststelt – het plan dat er juist op rekent dat déze bronnen de biomassa gaan vervangen.
Daarnaast onderzoekt de regio de warmtepotentie van het Valleikanaal, en bewijst Amerena straks dat zelfs drinkwater een gebouw kan verwarmen. De technieken bestaan. Maar ook hier geldt de wet van de warmtetransitie: tussen potentieonderzoek en warme radiator zitten jaren, vergunningen en miljoenen. Biomassa blijft in alle scenario’s nodig als achtervang – het verdwijnt niet, het verschuift naar de reservebank. En let daarbij op het verschil tussen procenten en werkelijkheid: als het warmtenet groeit zoals gepland, kan het áándeel biomassa dalen terwijl de hoeveelheid verstookt hout gelijk blijft of zelfs toeneemt.

Het publieke bedrijf: nieuwe eigenaar, oude vragen
Blijft over de grootste belofte: het publieke warmtebedrijf, waarover de raad eind 2024 een principebesluit nam en dat eind dit jaar moet worden opgericht – gemeente 10 procent, staatsdeelneming EBN, netwerkbedrijf Netverder en de provincie samen de rest. De redenering is sympathiek: een nutsvoorziening hoort niet bij een Luxemburgs investeringsfonds maar in publieke handen, en de nieuwe warmtewet schrijft die richting ook voor. De raad gaf het onderzoek bovendien een duidelijke opdracht mee, verwoord in de breed aangenomen motie van de Partij voor de Dieren: zonder duurzame bron geen duurzaam warmtenet.
Toch verdienen drie vragen een eerlijk antwoord voordat het feest losbarst.
Eén: wat neemt het publieke bedrijf eigenlijk over? Het bestaande net en de centrales blijven eigendom van de private partij. Een publiek bedrijf dat naast dat net moet opereren – of het ooit moet uitkopen, tegen een prijs die de investeerder mede bepaalt – begint niet met een schone lei. CDA-raadslid Alex Engbers wees in een gesprek met mij op precies dat scenario: een bedrijf dat maximaal investeert in leidingen, kan er rustig op speculeren dat de overheid te zijner tijd moet instappen en de rekening vergoedt.
Twee: onder welke voorwaarden stapt de gemeente in? De haalbaarheidsstudie is geheim, dus wat 10 procent deelname betekent aan risico’s en garanties, weet de Amersfoorter niet – en het Edese voorbeeld laat zien wat er dan in de mist kan hangen: subsidiekliffen, weggelakte bedragen, opruimkosten zonder dekking.
Drie: lost de nieuwe wet dit op? De Wet collectieve warmte belooft tarieven op basis van werkelijke kosten, maar drie wetenschappers die de wet in opdracht van de Tweede Kamer toetsten, waren ongekend kritisch: te complex, te duur, en te weinig zeggenschap voor burgers en gemeenten.
De rekening van drie jaar
Daarmee is de balans van deze serie op te maken. Drie jaar na ons vorige onderzoek staat vast: de centrales draaien zonder de vereiste natuurvergunning, de herkomst van het hout bleek herhaaldelijk niet te kloppen en is voor buitenstaanders oncontroleerbaar, de aansprakelijkheid is opgeknipt in BV’s, en het toezicht – van certificeerder tot ACM – leunt op wat het bedrijf zelf aanlevert. Tegenover die werkelijkheid staat een stad die het anders wil: een raad die unaniem van de biomassa af wil, een coalitieakkoord dat op aardwarmte en water inzet, een publiek bedrijf in oprichting.
Of dat genoeg is, wordt dit najaar zichtbaar. Dan stelt de raad het Omgevingsprogramma Warmte vast en valt het definitieve besluit over het publieke warmtebedrijf. De les uit drie jaar onderzoek naar deze keten is daarbij simpel samen te vatten: beloften zijn er altijd geweest – lokaal hout, groene warmte, lagere kosten. Wat ontbrak was de mogelijkheid om ze te controleren en de macht om ze af te dwingen. Als het publieke bedrijf en het nieuwe programma dát niet regelen – openbare cijfers, afdwingbare afspraken, onafhankelijke controle van wat er in de ketels gaat en uit de schoorstenen komt – dan verandert straks de eigenaar, maar niet het spel.
Amersfoort heeft nog even de tijd. Niet lang meer.
DE ALTERNATIEVEN OP EEN RIJ
Aardwarmte – Kansrijk aan de zuidkant van de stad (5-10 megawatt). Seismisch onderzoek eind 2026/begin 2027; daarna pas eventuele proefboring. Warmte op z’n vroegst over jaren. In Ede waarschuwt de Mijnraad dat zo’n project na afloop van de vijftienjarige subsidie verlieslatend wordt.
Rioolwaterzuivering – Samenwerkingsovereenkomst getekend in januari 2024, potentieel ruim 7.000 huishoudens. Realisatiestatus onduidelijk.
Valleikanaal en drinkwater – Warmtepotentie Valleikanaal in regionaal onderzoek; zwembad Amerena stapt eind 2026 over op drinkwaterwarmte.
Publiek warmtebedrijf – Oprichting eind 2026 voorzien; gemeente 10 procent. Voorwaarden en risicoverdeling niet openbaar.
Biomassa – Blijft in alle scenario’s als piek- en noodvoorziening. De subsidies lopen nog jaren door, en bij een groeiend net kan het verstookte volume gelijk blijven.
Dit is het laatste deel in een reeks van vier artikelen van onderzoeksjournalist Marc van der Woude over de Amersfoortse warmtetransitie, een vervolg op het drieluik uit 2023. Hij volgt de ontwikkelingen al ruim vier jaar, voor zowel onderzoeksplatform de Edese Vos als De Stadsbron. Het onderzoek is mede gefinancierd door het Mediafonds Amersfoort en het Mediafonds Provincie Utrecht, maar onafhankelijk uitgevoerd in samenwerking met De Stadsbron.




Schrijf een reactie
Iedereen is welkom om te reageren. We modereren wel op basis van onze reactieregels.