Een gemeente die haar besluitvorming verbergt, is niet controleerbaar. De Edese Vos analyseert welke partijen openbaarheid van bestuur serieus nemen en welke partijen de huidige praktijk in stand laten. Want transparantie is de eerste voorwaarde voor democratische controle.
Deze analyse is gebaseerd op de meetlat van de Edese Vos, een systematische manier om de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen inhoudelijk te wegen. De uitkomst is bedoeld als journalistieke duiding en vormt geen stemadvies.
Waarom dit thema?
Een transparante gemeente stelt inwoners in staat om te begrijpen hoe besluiten tot stand komen, welke belangen zijn afgewogen en wie er bij de besluitvorming betrokken was.
In Ede is de bestuurscultuur de afgelopen jaren herhaaldelijk onderwerp van discussie geweest. Kritiekpunten richtten zich onder meer op besloten overleggen (‘achterkamertjes’) die niet toegankelijk zijn voor alle raadsleden, coalitieonderhandelingen achter gesloten deuren en het gebrek aan democratische controle op regionale samenwerkingsverbanden zoals Regio Foodvalley. In deze analyse toetsen we hoe partijen deze pijnpunten adresseren: wie heeft concrete instrumenten om het politieke proces te openen?
Hoe scoren de partijen?

De koplopers
D66 – 9 Heeft een zeer uitgewerkte visie op transparantie. D66 stelt een jaarlijkse ‘democratische APK’ voor om de openheid van gemeentelijke processen te toetsen. Coalitieonderhandelingen en presidiumvergaderingen moeten volgens de partij in het openbaar plaatsvinden (met Wageningen als goed voorbeeld). Daarnaast pleit D66 voor openbare hoorzittingen voor nieuwe wethouders en de invoering van een ‘lobbyparagraaf’ bij raadsvoorstellen, om inzichtelijk te maken welke externe partijen betrokken waren.
Partij voor de Dieren – 8,5 Samen met D66 de absolute koploper op het gebied van instrumenten. De PvdD eist dat in principe álle gemeentelijke informatie openbaar is en pleit voor een “gemeentelijk, openbaar lobbyregister”. Daarnaast wil de partij dat de afspraken die tijdens de formatie worden gemaakt openbaar zijn en dringen ze aan op veel betere democratische controle op samenwerkingsverbanden zoals gemeenschappelijke regelingen.
Mens en Milieu Ede (MME) – 8,5 Hanteert een positie die sterk aansluit bij de Edese praktijk. MME pleit onomwonden voor het afschaffen van “de vele Edese achterkamertjes”, zoals de besloten woordvoerdersoverleggen. De partij eist dat raadswerkgroepen en coalitieonderhandelingen in principe openbaar zijn en noemt daarbij (net als D66) Wageningen als voorbeeld. Ook de roep om de democratisch slecht controleerbare Regio Foodvalley een “kleinere rol” te geven, is een zeer concreet Edes actiepunt.
De middenmoot
Forum voor Democratie – 6,5 FVD formuleert een diagnose waarin de lokale democratie wordt uitgehold door vooraf vastgelegde, “dichtgetimmerde coalitieakkoorden”. De partij pleit voor akkoorden op hoofdlijnen en wisselende meerderheden om het open debat in de raad te herstellen. De partij noemt een “radicaal transparante gemeente” als doel, en koppelt dit aan inzicht in besluiten en een helder subsidieregister.
GroenLinks-PvdA – 6 Benoemt een transparante overheid terecht als voorwaarde voor de besluitvorming, en hamert op duidelijke communicatie, begrijpelijke taal en het beter ontsluiten van raadsinformatie. De score blijft iets achter bij de top omdat zware beleidsinstrumenten (zoals een lobbyregister of het openen van coalitieonderhandelingen) niet specifiek in het programma zijn uitgewerkt.
CDA – 5,5 Richt zich sterk op financiële en regionale transparantie. Het CDA wil dat “bestuurskosten openbaar worden gemaakt” en eist transparantie over welke organisaties subsidie ontvangen. Een sterk punt in de Edese context is hun eis om de uitgaven en behaalde resultaten van de Regio Foodvalley beter inzichtelijk te maken, zodat de gemeenteraad deze beter kan controleren.
VVD – 5 De VVD richt zich bij dit thema primair op de financiële zijde. Zij eisen dat inkomsten en uitgaven “transparant” zijn, met een goed leesbare begroting en jaarlijkse verantwoording zodat inwoners mee kunnen kijken. Een visie op de structurele openbaarheid van het Edese bestuursproces (achterkamertjes of coalitieonderhandelingen) ontbreekt.
De achterhoede
ChristenUnie – 4 De partij schrijft zeer uitgebreid over de toegankelijkheid van de gemeente, zoals de inzet op begrijpelijke (B1) taal, actieve informatievoorziening en het versterken van fysieke loketten in de dorpen. Ook de Edese Rekenkamer wordt expliciet benoemd: de CU wil dat beleid meetbare doelen krijgt, zodat de raad haar controlerende taak goed kan uitvoeren. Een visie op het vergroten van de politieke transparantie ontbreekt echter.
BBB – 3 Voor nieuwkomer BBB is transparantie vooral een kwestie van nuchter communiceren. Zij pleiten voor “open en transparant” handelen door gemaakte keuzes goed uit te leggen en begrijpelijk te communiceren. De focus ligt sterk op de bereikbaarheid van de politiek (zoals een wekelijks spreekuur en een “BBBakkie doen”). Structurele maatregelen voor democratische openheid ontbreken.
DPE – 3 DPE stelt in de kern van haar programma wel degelijk een structurele bestuurlijke maatregel voor: zij willen af van dichtgetimmerde plannen en pleiten voor een “bestuursakkoord op hoofdlijnen en niet voor vier jaar vast”. Verder blijft de visie op transparantie beperkt.
SGP – 2,5 Benoemt transparantie vooral in financiële zin. De SGP wil dat de begroting transparant is (inclusief risicoparagraaf) zodat het voor de inwoner helder is waar belastinggeld aan besteed wordt. Ook willen ze duidelijke communicatie richting de burger, maar politieke openbaarheid wordt niet genoemd.
Onderaan de ladder
BurgerBelangen (2), SP (1,5) en GemeenteBelangen (1) Bij deze drie partijen ontbreekt elke structurele visie op openbaarheid van bestuur. BurgerBelangen en de SP hebben in hun beknopte programma’s nog wel aandacht voor dienstverlening, zoals communicatie in begrijpelijke taal voor mensen met lagere taalvaardigheid, maar concrete voornemens om de besluitvormingscultuur in Ede te veranderen zijn in het programma niet terug te vinden.
Wat valt op?
Het is opvallend om te zien hoe verschillend het woord ‘transparantie’ door partijen wordt geïnterpreteerd. Ruim de helft van de raad verwart transparantie met een vorm van ‘klantvriendelijke dienstverlening’ (brieven in B1-taal, open balies of koffie drinken met inwoners) of met louter financiële inzage (‘open kas’).
Slechts een kleine koplopersgroep, bestaande uit D66, PvdD, MME en (deels) FVD, durft in de programma’s daadwerkelijk de bestuurscultuur zelf ter discussie te stellen. Zij wijzen de Edese achterkamertjes af, willen lobbyisten in het felle licht zetten en eisen dat de coalitie straks in de openbaarheid wordt gesmeed. Hiermee blijft structurele politieke openheid voor een groot deel van de partijen nog altijd een onbesproken onderwerp.





