De Edese Vos zat dinsdag 6 oktober bij een hoorzitting van de Edese commissie voor de bezwaarschriften. Waarschijnlijk voor het laatst bij een bezwaar over openbaarmaking van informatie. Voortaan behandelt een gemeentelijke ambtenaar zulke bezwaren zonder advies van de onafhankelijke commissie.
Met de Wet open overheid (Woo) kunnen inwoners en journalisten documenten opvragen. Bijvoorbeeld om te achterhalen hoe de gemeente een bouwplan heeft beoordeeld of publiek geld heeft besteed.
Wie het niet eens is met een gemeentelijk besluit over zo’n informatieverzoek, kan bezwaar maken. De gemeente moet dan opnieuw naar het besluit kijken.
Bij Woo-bezwaren hoort de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie doorgaans beide partijen en adviseert zij het college. Tijdens een hoorzitting kunnen de bezwaarmaker en de gemeente hun standpunt toelichten en vragen beantwoorden. De commissie staat buiten de gemeentelijke organisatie. Het college neemt uiteindelijk de beslissing op het bezwaar. Het commissieadvies is niet bindend, maar zorgt wel voor een externe beoordeling vooraf.
Bij vrijwel alle Woo-bezwaren adviseert de commissie voortaan niet meer. Ook bezwaren tegen besluiten over AVG-verzoeken – bijvoorbeeld om inzage in persoonsgegevens – worden voortaan ambtelijk behandeld. Het recht op bezwaar blijft bestaan.
Meer bezwaren, extra werk
Het college besloot op 15 september tot de wijziging en die ging al op 25 september in. Volgens de gemeente stijgt het aantal Woo- en AVG-verzoeken en bezwaren snel. Die groei komt voornamelijk door “een kleine groep personen die bovengemiddeld veel verzoeken en bezwaarschriften indienen.”
De gemeente heeft overwogen om alleen de bezwaren van deze ‘veelvragers’ ambtelijk te behandelen. Maar ambtenaren twijfelen of dat mag: mensen zouden dan anders worden behandeld omdat ze vaker een verzoek indienen. De nieuwe werkwijze geldt daarom voor alle inwoners en journalisten.
In 2025 waren er negen Woo- en AVG-bezwaren. Voor 2026 verwacht de gemeente er ongeveer 36. Dat is een prognose op basis van de stand per 1 augustus.
Ook bij andere onderwerpen neemt het aantal bezwaren toe. Volgens de gemeente wordt het daardoor lastiger om zaken tijdig af te handelen en hoorzittingen te plannen. Het bezwaarsecretariaat krijgt extra ingehuurd personeel. In oktober en november zijn extra commissiezittingen gepland.
Volgens het collegevoorstel kunnen andere bezwaarzaken langer blijven liggen doordat de commissie veel tijd kwijt is aan Woo- en AVG-bezwaren. Als voorbeelden noemt de gemeente bezwaren over het Openluchttheater, betaald parkeren op ENKA en de verplaatsing van de ziekenbarakken.
Besparing niet gemeten
Een ambtenaar kan een hoorgesprek flexibeler plannen, eventueel telefonisch. Er hoeft geen commissiezitting te worden georganiseerd en geen commissieadvies te worden afgewacht.
Hoeveel tijd de Edese Woo- en AVG-bezwaren tot nu toe kostten, weet de gemeente niet: uren en kosten worden niet per zaak bijgehouden. Op basis van universitair onderzoek en de inzet van één behandelaar schat Ede dat ambtelijke behandeling 4 tot 18 uur per zaak kost, tegenover 11 tot 27 uur via de commissie.
Bij een eerdere proef in Ede was een bezwaar na ambtelijk horen gemiddeld binnen zes weken afgehandeld. Via de commissie duurde dat gemiddeld veertien weken. Die vergelijking uit 2018 ging niet specifiek over Woo- en AVG-bezwaren. Ambtelijk horen werd toen vooral bij eenvoudigere zaken toegepast.
Een totale besparing in uren of euro’s noemt de gemeente niet. Het collegevoorstel spreekt van een “bescheiden positief effect”, vooral door extra kosten te voorkomen. Of bezwaarmakers sneller een beslissing krijgen, moet nog blijken.
Een besluit van de eigen werkgever
De gemeente benadrukt dat de behandelend ambtenaar niet betrokken mag zijn geweest bij het oorspronkelijke besluit. Dat voorkomt dat iemand rechtstreeks het eigen werk beoordeelt.
De behandelaar werkt nog steeds voor de gemeente, die het salaris betaalt, en beoordeelt mogelijk een besluit dat een collega heeft voorbereid. Collegiale loyaliteit en het belang van de werkgever kunnen daarbij een rol spelen. De externe commissie staat op grotere afstand van die verhoudingen. Dat is belangrijk wanneer een bezwaar gaat over informatie waarmee inwoners het gemeentebestuur willen controleren.
De gemeente noemt beide behandelvormen “gelijkwaardig met elk eigen voor- en nadelen.” Zij benadrukt dat bezwaar draait om heroverweging door het gemeentebestuur zelf en dat beide vormen wettelijk mogelijk zijn. Hoe de gemeente de schijn van vooringenomenheid voorkomt, legt zij niet uit.
Bij de evaluatie van de proef in 2018 vroegen onderzoekers inwoners of zij zich onpartijdig behandeld voelden. Van de 23 mensen die bij de commissie waren geweest, vonden twintig dat de commissie zich onpartijdig opstelde. Bij ambtelijk horen vonden negen van de vijftien mensen dat. De groepen waren klein en de zaken verschilden van elkaar. De onderzoekers konden daarom niet met zekerheid zeggen dat de ene manier van behandelen beter werd gewaardeerd dan de andere. Zij zagen ambtelijk horen vooral als een mogelijkheid voor eenvoudige zaken.
Wanneer blijft de commissie betrokken?
Voor twee soorten Woo-zaken behoudt Ede de commissie: bepaalde verzoeken om opheffing van geheimhouding waarover de gemeenteraad beslist en inspectierapporten die het gemeentebestuur uit eigen beweging publiceert. Bij een Woo-verzoek om zo’n inspectierapport geldt die laatste uitzondering niet.
Het college noemt complexiteit en maatschappelijke belangen als redenen om de commissie te behouden. Ook andere Woo-verzoeken kunnen zulke belangen dienen, waaronder journalistieke verzoeken.
Gevraagd waarom daarvoor geen vergelijkbare uitzondering geldt, antwoordt de gemeente: “De uitzonderingen zijn gebaseerd op de ervaringen tot nu toe van zaken waar grote maatschappelijke belangen spelen.” Waarom de commissie niet standaard betrokken blijft bij andere Woo-zaken met een groot maatschappelijk belang, legt de gemeente niet uit.
Een complexe of politiek gevoelige zaak kan volgens de gemeente alsnog naar de commissie. Een bezwaarmaker kan daarom vragen. De behandelaar beslist hierover met het commissiesecretariaat. Concrete criteria noemt de gemeente niet; zij spreekt van een “professionele afweging vanuit de organisatie per individueel geval.”
Vergelijking met Amsterdam
Ede noemt Amsterdam als voorbeeld van een college dat voor geen enkel bezwaar een onafhankelijke adviescommissie heeft.
De Edese Vos heeft dat gecontroleerd. De uitspraak is te absoluut: Amsterdam behandelt bezwaren in beginsel intern, maar de geldende regeling biedt ruimte voor externe advisering wanneer neutraliteit onvoldoende kan worden gewaarborgd of de schijn van vooringenomenheid kan ontstaan. Precies de zorg die wij aan Ede hebben voorgelegd.
Hoe deden we dit onderzoek?
De Edese Vos bestudeerde het besluit van het college en stelde de gemeente vragen over de aanleiding en gevolgen. Ook bekeken we documenten die de gemeente openbaar maakte na een Woo-verzoek, waaronder het collegevoorstel, interne correspondentie en de evaluatie van een eerdere proef met ambtelijk horen. Voor de vergelijking met Amsterdam raadpleegden we de bezwaarregeling van die gemeente.






De vraag is niet alleen of bezwaarschriften door deze werkwijze sneller kunnen worden afgehandeld, maar vooral of de kwaliteit en onafhankelijkheid van de beoordeling voldoende gewaarborgd blijven.
Wanneer een bezwaar betrekking heeft op mogelijke fouten in de besluitvorming door de gemeente zelf, is een onafhankelijke toetsing van belang. Bij een uitsluitend ambtelijke heroverweging bestaat het risico dat de beoordeling onvoldoende afstand neemt van eerdere keuzes of dat eventuele tekortkomingen niet volledig worden onderkend en hersteld.
Als bezwaren vervolgens alsnog aan de rechtbank worden voorgelegd, verschuift een deel van de beoordeling naar de rechterlijke macht. Dat kan de werklast daar verder vergroten en leidt voor betrokkenen mogelijk tot langere procedures en extra kosten.
Daarmee ontstaat het risico dat een werkwijze die bedoeld is om de gemeentelijke organisatie te ontlasten, in de praktijk juist leidt tot meer juridische procedures. Ook kan hierdoor de indruk ontstaan dat het voor bezwaarmakers moeilijker wordt om fouten binnen de gemeentelijke organisatie daadwerkelijk gecorrigeerd te krijgen.
Het is daarom van belang dat de gemeente niet alleen de doorlooptijden en uitvoeringskosten evalueert, maar ook de kwaliteit van de besluiten op bezwaar, het aantal gegronde bezwaren, de mate waarin eerdere fouten worden hersteld en het aantal zaken dat uiteindelijk aan de rechter wordt voorgelegd.
De kernvraag is dan ook: hoe wordt objectief vastgesteld dat deze nieuwe werkwijze leidt tot betere besluitvorming, zonder dat de onafhankelijke controle afneemt en de rechtsbescherming van inwoners onder druk komt te staan?
Als besluitvorming transparanter / duidelijker / openbaar wordt gemaakt, krijgt de gemeente vanzelf minder Woo-verzoeken. Het is een beetje wijzen naar de ander, terwijl de schuld eigenlijk bij jezelf ligt. Veelal zijn inwoners (en goede journalisten doorgaans ook) al tevreden na het inzien van documenten. Een bezwaarprocedure begin je namelijk echt niet zomaar, dan moet er wel wat aan de hand zijn.
Onafhankelijke commissie of interne medewerker maakt volgens mij weinig uit: het hangt vooral van de integriteit van de persoon af en of deze in staat is om iets objectief te beoordelen.