Op de voormalige vuilstort bij de Goudsberg in Lunteren zijn de zagen in de bomen gezet. Hoewel de daadwerkelijke sanering pas in 2027 gepland staat, zet de provincie Gelderland nu al de eerste stappen. Door de kap te kwalificeren als ‘beheer en onderhoud’, vinden de eerste ingrepen plaats nog voordat het officiële saneringsplan is vastgesteld.
De noodzaak van de sanering wordt door vrijwel niemand betwist. De Goudsberg is een tikkende milieutijdbom uit het verleden waar in de jaren negentig al vaten chemisch afval zijn weggehaald. Uit recent onderzoek blijkt dat de huidige afdeklaag op diverse plekken tekortschiet. Herstel is essentieel om te voorkomen dat mens en dier in contact komen met de oude vervuiling. Maar de manier waarop de provincie dit nu aanpakt, zorgt voor gefronste wenkbrauwen.
De juridische kwalificatie
Opvallend is dat de provincie de huidige werkzaamheden – het verwijderen van de volledige begroeiing op een terrein van circa 300 bij 300 meter – loskoppelt van de eigenlijke sanering. Hoewel het project in de boeken staat als een groot saneringsdossier, vergelijkbaar met Enka en PFAS, wordt de kap juridisch gekwalificeerd als ‘beheer en onderhoud’ binnen een bestaand gebruik.
Deze keuze heeft grote gevolgen voor het proces. Hierdoor kan de provincie nu al ingrijpen zonder dat het saneringsplan officieel is vastgesteld. Het resultaat is dat de natuur nu al wordt verwijderd, terwijl de formele inspraakprocedure voor burgers pas volgt bij de vergunning voor de nieuwe deklaag. Tegen de tijd dat omwonenden hun zegje mogen doen over de definitieve saneringskeuzes, is het landschap al ingrijpend veranderd.
‘De natuur kon tientallen jaren haar gang gaan’
Dat beeld van ‘onderhoud van een stortplaats’ botst met hoe inwoners het gebied ervaren. In een melding aan de Edese Vos beschrijft een inwoner de voormalige stort als “een gebied waar onder andere zwijnen, vossen, hazen, konijnen en dassen leven” en waar “de natuur al tientallen jaren haar gang kon gaan”.
Ook bij direct betrokkenen roept de aanpak vragen op. Berry Peereboom, eigenaar van aangrenzende gronden, wijst op de opvallende snelheid van het proces: “Gezien de vele projecten in en rond Natura 2000-gebieden die overal in het land stil liggen, bevreemdt het mij dat dit grootschalige project zo snel en met relatief weinig onderzoek uitgevoerd kan worden.”

Politiek op afstand
Omdat de provincie de ingreep schaart onder de vergunning uit 1977 (vóór de aanwijzing van de Veluwe als Natura 2000-gebied), zijn er volgens de provincie geen aanvullende natuurvergunningen of stikstofberekeningen nodig voor deze fase. De Provinciale Staten hebben hierdoor geen formele rol bij het huidige besluit om de begroeiing te verwijderen. Een expliciete politieke afweging tussen de waarde van de huidige natuur en de technische noodzaak van de sanering heeft in dit stadium niet plaatsgevonden.
Asbest en ecologie
De provincie benadrukt dat de risico’s minimaal zijn. Er is asbest aanwezig in de bodem, maar omdat er alleen bovengronds wordt gewerkt en niet wordt gegraven, zou er geen gevaar zijn voor de omgeving. Ook op ecologisch vlak zijn er voorzorgsmaatregelen getroffen: dassenburchten zijn afgezet en er zijn vleermuiskasten opgehangen.
Volgens de ingehuurde ecologen vormt het gebied geen “essentieel leefgebied” voor strikt beschermde soorten, mits de werkzaamheden zorgvuldig worden uitgevoerd. Toch voelt dat voor de omgeving wrang: een gebied dat voor de buurt aanvoelt als volwaardig bos, wordt op papier behandeld als een technisch object dat moet worden ‘vrijgemaakt’.
Proces boven beleving
De kern van de discussie op de Goudsberg gaat niet over de techniek, maar over de volgorde. De provincie kiest voor een route waarbij de feitelijke uitvoering vooruitloopt op de formele besluitvorming. Juist omdat er geen sprake is van een acute noodsituatie of spoed, was er ruimte geweest voor een traject waarin de belangenafweging – natuur nu versus natuur later – vooraf inzichtelijk was gemaakt.
Na afronding van de werkzaamheden moet het terrein weer een natuur- en wandelgebied worden. Voorlopig moeten de inwoners van Lunteren het echter doen met een ingreep die buiten een expliciete politieke afweging in de Provinciale Staten om is besloten.








