Het Openbaar Ministerie gaat bij fysiek geweld tegen mensen met een publieke taak voortaan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf eisen. De richtlijn geldt voor onder anderen hulpverleners, politieagenten, bestuurders en journalisten. Volgens het OM neemt het geweld tegen deze groepen niet af.
De nieuwe richtlijn geldt voor fysiek geweld gepleegd vanaf 1 oktober 2026. Een geldboete of taakstraf vindt het OM vanwege de maatschappelijke impact geen passende strafeis meer. Verdachten moeten voor de rechter verschijnen, waarbij een onvoorwaardelijke celstraf het uitgangspunt voor de strafeis is.
Alleen bij hoge uitzondering kan een officier van justitie gemotiveerd van dat uitgangspunt afwijken. De rechter bepaalt uiteindelijk welke straf wordt opgelegd.
Bescherming van een publieke taak
De richtlijn beschermt mensen die hulp verlenen, toezicht houden, de wet handhaven of een andere publieke taak uitvoeren. Het OM noemt onder anderen boa’s, politieagenten, brandweerlieden, ambulancepersoneel, medisch personeel, buschauffeurs, rechters, advocaten en bestuurders. Ook journalisten vallen onder de richtlijn. Zij moeten hun werk voor de samenleving veilig kunnen doen.
Politie en OM hebben sinds 2010 afspraken over de aanpak van agressie en geweld tegen mensen met een publieke taak. Deze zaken krijgen voorrang bij de opsporing en vervolging. Per 1 oktober zijn de afspraken hierover aangescherpt. Zo gaan politie en OM incidenten beter registreren en slachtoffers beter informeren over de behandeling van hun zaak.
Voor journalisten bestonden sinds de start van PersVeilig in 2019 al afspraken over een snelle afhandeling van agressie en geweld en verhoogde strafeisen. De nieuwe richtlijn scherpt die aanpak verder aan. Volgens het OM blijft het geweld aanhouden, ondanks de prioriteit die deze zaken krijgen.
Geweld tegen journalisten
NVJ-secretaris en PersVeilig-voorzitter Thomas Bruning noemt het een positief signaal dat het OM bij fysieke aanvallen op journalisten voortaan celstraf wil eisen. Hij wijst tegelijk op een probleem dat daaraan voorafgaat: niet iedere aangifte leidt tot strafvervolging.
Volgens Bruning kwamen ernstige fysieke aanvallen op journalisten tijdens een demonstratie van extreemrechtse groepen in september 2026 niet voor de rechter. PersVeilig heeft dit bij politie en OM aangekaart.
Ook in de gemeente Ede kregen journalisten te maken met ernstig fysiek geweld. In april 2021 werden een persfotograaf en zijn vriendin in Lunteren met hun auto door de bestuurder van een shovel de sloot in geduwd. De fotograaf was daar om een autobrand vast te leggen. De verdachte werd veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf, waarvan zeven voorwaardelijk.
Edese cafébaas door het lint
In Ede speelt daarnaast een zaak waarin een journalist en het OM botsen over de vervolging. Op 30 maart 2024 raakte een NOS-cameraman gewond doordat een café-eigenaar op het Museumplein, kort na de gijzeling in café Petticoat, op hem inreed.
Het OM besloot de café-eigenaar te vervolgen voor vernieling en bedreiging. De cameraman wil dat hij ook wordt vervolgd voor poging tot zware mishandeling. Volgens het OM kan daarvoor geen opzet worden bewezen. Via een artikel 12-procedure heeft de cameraman het gerechtshof gevraagd alsnog vervolging voor dat feit te laten plaatsvinden.
De Edese Vos volgt deze zaak sinds de aanrijding. De NOS liet onlangs aan onze redactie weten dat een uitspraak in die procedure eind dit jaar wordt verwacht.






Schrijf een reactie
Iedereen is welkom om te reageren. We modereren wel op basis van onze reactieregels.