In Ede komen nieuwe gastouders steeds vaker niet door de keuring. Niet omdat hun huis niet voldoet aan de wettelijke eisen, maar omdat de luchtkwaliteit in de buurt volgens de GGD Gelderland-Midden gezondheidsrisico’s zou opleveren. Dat leidt tot frustratie bij gastouders én ouders die dringend opvang zoeken.
Voor Gera van Omme-Heiwegen uit Harskamp voelt het wrang. Ze verhuisde met haar gezin naar het buitengebied, investeerde in een grote tuin vol speeltoestellen, en voldeed aan alle regels voor gastouderopvang. Toch kreeg ze nul op het rekest: de luchtkwaliteit rond haar woning – met veehouderijen in de omgeving – zou onvoldoende zijn. “Ik krijg nog steeds berichten van ouders die vragen of hun kinderen weer kunnen komen. Het is verdrietig dat ik dit werk niet mag doen,” zegt ze tegen Omroep Gelderland.
Strengere toets dan landelijk
Sinds 2021 beoordeelt de GGD Gelderland-Midden niet alleen de binnenruimte van gastouderopvang, maar ook de luchtkwaliteit buiten. Daarbij worden zones rond snelwegen en veehouderijen standaard uitgesloten. Dat is bovenwettelijk beleid: andere GGD’s hanteren deze toets niet. De gemeente Ede neemt het advies één-op-één over, terwijl gemeenten daar niet toe verplicht zijn.
Volgens Elseline Burgering van gastouderbureau Het Kuikentje leidde dit al tot de afwijzing van ruim tien gastouders. “Het probleem speelt niet alleen in het buitengebied. Ook in nieuwbouwwijken worden aanvragen afgewezen. Waarom mogen gezinnen daar wel wonen, maar geen kinderen worden opgevangen? Dat begrijpt niemand.”
Wachtrij groeit
De gevolgen zijn groot. Landelijk brancheorganisatie Nysa meldt dat er in Ede inmiddels 78 gezinnen op de wachtlijst staan voor gastouderopvang. Ook kinderdagverblijven zitten vol. Ouders zoals Sanne Ondersteijn uit Otterlo ervaren de druk dagelijks: “We staan bij meerdere opvanglocaties ingeschreven, maar overal is een wachtlijst. Soms komt er een plekje vrij, maar dat is dan maar voor één kind of twee dagen. Daar heb je als gezin niks aan.”
Oude stallen tellen mee
De werkwijze van de GGD roept ook inhoudelijke vragen op. Zo worden bij de beoordeling alle veehouderijen in de buurt meegeteld, ook als stallen leegstaan of zelfs gesloopt zijn. De GGD bevestigt dat ze met achterhaalde data werkten. Wethouder Bram van der Beek noemt dat “vervelend” en belooft verbetering, maar stelt dat de huidige situatie niet snel kan worden aangepast.
Verschil met Barneveld
Opvallend is dat buurgemeente Barneveld wel kiest voor maatwerk. Daar wordt binnen de bebouwde kom gastouderopvang toegestaan op plekken waar mensen ook mogen wonen. In het buitengebied wordt getoetst aan wettelijke grenswaarden, niet aan de strengere GGD-normen. Ouders krijgen daarbij informatie over mogelijke risico’s en kunnen zelf de afweging maken.
De Edese gastouderbranche hoopt dat Ede dit voorbeeld volgt. Vooralsnog houdt het college vast aan de strikte lijn. Wethouder Van der Beek: “De gezondheid van kinderen staat voorop. Gemiddeld gezien zijn er genoeg opvangplekken, dus wij zien geen reden om van het advies af te wijken.”
Ouders en gastouders herkennen dat beeld niet. Volgens hen leidt de aanpak van Ede in de praktijk juist tot een tekort en veel stress.
📌 Deskundigen over lucht en gezondheid
Uit aanvullende berichtgeving van Omroep Gelderland komt naar voren dat de situatie genuanceerder ligt:
– Longarts Bart Lambrecht (UZ Gent) stelt dat opgroeien op een traditionele boerderij juist kan beschermen tegen astma en allergieën. Industriële varkens- en pluimveehouderijen stoten daarentegen wél schadelijk fijnstof uit. Rundvee is minder vervuilend.
– De GGD Gelderland-Midden hanteert een afstandsnorm van 250 meter rond varkens- en pluimveehouderijen. Binnen die zone volgt in principe altijd een negatief advies.
– De WHO adviseert maximaal 5 microgram fijnstof (PM2,5) per m³. In Gelderland ligt het gemiddelde rond 9–10 microgram.
– Hoogleraar Maarten Krol (WUR) en Lambrecht twijfelen of de strikte Edese aanpak nodig is. Zij pleiten voor lokale luchtmetingen, verspreid over het jaar, in plaats van generieke richtlijnen.
📌 Meten met twee maten?
De Edese Vos vroeg de gemeente waarom het GGD-advies streng wordt toegepast bij gastouderopvang, maar bij een nieuw woningbouwproject onder de rook van de biomassacentrale terzijde wordt geschoven.
Antwoord gemeente:
“De GGD hanteert dezelfde eisen voor wonen en opvang, maar de gemeente maakt een andere afweging. Vanwege de woningbouwopgave wijken we bij wonen af, bij kinderopvang niet. Er zijn in Ede genoeg gezonde opvangplekken; wachtlijsten passen in het landelijke beeld.”
Conclusie: de gemeente past hetzelfde GGD-advies verschillend toe. Bij woningbouw weegt de woningnood zwaarder dan de gevolgen voor de volksgezondheid via luchtkwaliteit; bij kinderopvang is het omgekeerd. Het beleid oogt daardoor inconsequent: de ene keer gaat gezondheid boven alles, de andere keer niet.






Toch typisch. Nu staat de gezondheid van kinderen ineens wél voorop en weet de wethouder de adviezen van de ggd om te zetten in streng beleid. Als er een rapport van de ggd komt over gezondheidsrisico’s ten aanzien van de uitstoot van WBE wordt dit rapport ter zijde gelegd op de groeiende stapel. De kinderen lopen dan zeker geen risico…
Scherp opgemerkt. Deze vraag over het meten met twee maten hebben we aan de betreffende wethouders voorgelegd.
Het antwoord is toch al bekend. Een kinderdagverblijf is geen warmtebedrijf. En een warmtebedrijf is geen kinderdagverblijf. Hier wordt helemaal niet met twee maten gemeten. Je moet een warmtebedrijf vergelijken met een warmtebedrijf en een kinderdagverblijf met een kinderdagverblijf. Je vergelijkt appels toch ook niet met peren.
De regels voor schone lucht zijn dezelfde. Inmiddels heeft de gemeente onze vraag beantwoord. Dat is aan het artikel toegevoegd.
Jan, je bedoelt dat de gezondheid van mensen belangrijk is maar niet zo belangrijk als geld verdienen.
Nee dat zeg ik niet, dat is jouw invulling. Ik probeer alleen aan te geven dat de gemeente altijd met 2 maten kan meten omdat het 2 verschillende bedrijfstakken zijn die moeilijk met elkaar te vergelijken zijn. Ik ben zelf van mening dat gezondheid altijd voor moet gaan. Dat de daarvoor geldende regels voor iedereen gelden en belangrijker ook voor iedereen gelijk toegepast moeten worden.